Veilige pleinen en parken

nieuws

De neergang van buurten en wijken gaat vaak samen met een slecht functionerende openbare ruimte. Omdat die neergang in belangrijke mate een sociaal-economische achtergrond heeft, is voor een sociaal veilige en aantrekkelijke openbare ruimte een combinatie nodig van fysieke en sociale maatregelen. Bij veel projecten ontbreekt deze samenhang. Aan de hand van een aantal voorbeelden uit de praktijk wordt duidelijk gemaakt dat fysieke vernieuwing bij voorkeur hand in hand gaat met de opzet van een samenwerkingsverband voor beheer en toezicht.

De reputatie van buurten en wijken is nauw verweven met de kwaliteit van de openbare ruimte. Aantrekkelijke en populaire wijken scoren hoog op de thema’s schoon, netjes en veilig, en populariteit vertaalt zich in een hoge waarde van huur- en koopwoningen. Het omgekeerde is ook het geval: in buurten en wijken die laag scoren op aantrekkelijkheid is in veel gevallen sprake van een slecht functionerende openbare ruimte. De oorzaken zijn vaak van sociaal-economische aard, zoals een hoge mate van werkloosheid en schooluitval. Anonimiteit en de eentonigheid van de strokenbouw in vooral de vroeg naoorlogse wijken, dragen bij aan een neerwaartse spiraal, evenals ontoereikende budgetten voor beheer en toezicht.
In vroeg naoorlogse wijken is vaak sprake van een sobere inrichting van pleinen en van weinig groen. In de meeste gevallen is er weinig samenhang tussen de openbare ruimte en de bebouwing. Dit beperkt de mogelijkheden voor sociale controle. ‘s Avonds en ‘s nachts is het er unheimisch. In vooroorlogse wijken met veel goedkope woningen is de oppervlakte aan groen en plein geringer, maar doen zich vergelijkbare problemen voor. Het gebruik is intensiever, wat er toe kan leiden dat verschillende categorieën gebruikers elkaar in de weg zitten.
Onderdeel van de opgave in het kader van de stedelijke herstructurering is om die neerwaartse spiraal van onaantrekkelijke wijken en slecht functionerende openbare ruimte te doorbreken. Het ministerie van VROM heeft in het kader van het IPSV (InnovatieProgramma Stedelijke Vernieuwing) gedurende een aantal jaren budget beschikbaar gesteld voor innovaties in de stedelijke herstructurering. Met dit budget zijn projecten gerealiseerd die een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan het vitaliseren van verloederde stadsdelen. Hierdoor is in een aantal wijken de openbare ruimte grondig van gedaante veranderd. Bij deze transformaties spelen eigenaren en gebruikers van vastgoed een belangrijke rol en gaan meebeslissen en meebetalen hand in hand. Drie IPSV-projecten in Rotterdam, Amsterdam en Leiden laten zien wat er met een beter ontwerp en innovatieve samenwerkingsvormen kan worden bereikt.

Goed ontwerp randvoorwaarde
Met een slim ontwerp kunnen uiteenlopende doelgroepen op een kleine oppervlakte toch heel goed worden geaccommodeerd. In de Rotterdamse deelgemeente Feyenoord wordt het Afrikaanderplein, gelegen in een dichtbebouwde, vooroorlogse wijk, beter toegerust voor het intensieve gebruik. Door gebruik te maken van verschillende soorten hoogwaardige materialen zoals natuursteen, en van al dan niet kunstmatige hoogteverschillen en water, worden op een esthetisch aantrekkelijke manier deelgebieden van het plein onderscheiden naar soort gebruik. Door deze inrichting kan ook de toegang makkelijker worden gereguleerd. Een parkachtig gedeelte bijvoorbeeld, dat in het donker onoverzichtelijk is, kan ‘s avonds en ‘s nachts worden afgesloten. Er is dan nog steeds wel toezicht nodig, maar door het toegangsregime wordt dit eenvoudiger. Bij het Afrikaanderplein is er voor gekozen een parkwachter uit de buurt aan te stellen. Toezicht en onderhoud kunnen ook worden gecombineerd in één functie. Dit kan efficiënter zijn.
Van een heel andere orde is het functioneren van groen en openbare ruimte in naoorlogse wijken. Daar is soms sprake van uitgestrekte parken en waterpartijen. Dat gaat vaak samen met een versnipperde inrichting, waarbij sprake is van een lappendeken van groenstroken, sportvelden en volkstuinen. Juist door de uitgestrektheid kan hier de sociale veiligheid onder druk komen. Een goede herschikking, in samenspraak met het betrokken verenigingsleven, kan tot een aanzienlijke verbetering leiden.
In het zogeheten Noorderpark in Leiden Noord (IPSV-project Tuin van Noord) heeft deze aanpak vruchten afgeworpen. Door gebruik te maken van kunstgras, dat intensiever gebruik toelaat, is er nu plaats voor twee sportclubs in plaats van één en is het gehele park veel overzichtelijker. Ook de nabijgelegen volkstuinen zijn nu toegankelijker. Het hele gebied wordt nu intensiever gebruikt en is levendiger geworden, onder andere door toevoeging van voorzieningen aan het park en door recreatief medegebruik van de sportvelden door jongeren uit de buurt. Een schaduwkant van dit recreatief medegebruik is dat een van de verenigingen last heeft van vandalisme en vernielingen. Het organiseren van voldoende toezicht is daarbij een knelpunt. Verder lijkt een verbetering van de stedenbouwkundige situatie wenselijk. Doordat de aangrenzende strokenbebouwing dwars op het park staat, heeft de bebouwing weinig relatie met het park. Een aanpassing hiervan vereist echter een ingrijpende stedelijke herstructurering en is nog toekomstmuziek.
Als er sprake is van grootschalige sloop en nieuwbouw, kan de stedenbouwkundige situatie worden verbeterd door de openbare ruimte en de omringende bebouwing gelijktijdig te vernieuwen. Een goede situering van openbare gebouwen, woningen en publieksvoorzieningen vergroot de sociale veiligheid. In Amsterdam Osdorp heeft de gemeente een groenstrook tot een park verbreed, door naastgelegen stroken met verouderde seniorenwoningen te slopen.
Woningcorporatie Het Oosten heeft ook een strook achterliggende portiek-etageflats gesloopt en daar woontorens ontwikkeld, die door een brede plint met voorzieningen veel meer op het nieuwe park (Parkrand Osdorp) zijn georiënteerd. Nieuwe ruime onderdoorgangen in de achterliggende portiek-etageflats geven bovendien vanuit grote delen van de woonbuurt uitzicht op het park.

Samenwerking in beheer en toezicht
Beheer en toezicht zijn normaal gesproken taken van het openbaar bestuur, maar soms schieten de beschikbare middelen en instrumenten tekort om het gewenste kwaliteitsniveau van ‘schoon, netjes en veilig’ te halen. Voorbeelden van verschillende samenwerkingsvormen in Breda en Maastricht laten inventieve oplossingen Zien, met een belangrijke inbreng van bewoners en woningcorporaties.
In Breda is gekozen voor een vergaande vorm van samenwerking. Daar is een gezamenlijke beheerorganisatie in het leven geroepen, die de verantwoordelijkheid van de gemeente voor beheer, onderhoud en toezicht in een gedeelte van de stad overneemt. In het kader van de herontwikkeling van de voormalige Chassé-kazerne is een stichting opgericht die zich richt op het aanvullende beheer van de openbare ruimte. Aanleiding voor deze keuze is de campusachtige opzet van het terrein, dat wordt omgeven dooi een aantal uitgaansvoorzieningen. Dat vereist extra inspanningen om het schoon, heel en veilig te houden. De gemeente draagt zorg voor (de kosten van) het reguliere beheer in de vorm van technisch onderhoud, groenbeheer en toezicht. De bewoners en de in het Chassé Park gevestigde organisaties dragen zorg voor het aanvullende beheer. De kosten worden betaald uit financiële bijdragen van alle deelnemende organisaties en bewoners. Deze bijdragen zijn vastgelegd in de verkoopcontracten waarbij sprake is van een kettingbedding, zodat ook toekomstige gebruikers verplicht zijn een financiële bijdrage te leveren.
Het voordeel is dat op deze manier extra middelen voor beheer beschikbaar komen, terwijl de gemeente haar verantwoordelijkheid blijft nemen en ‘niet minder dan anders’ bijdraagt. Eigenaren en gebruikers van het vastgoed hebben hier belang bij omdat ze op deze wijze invloed hebben op de kwaliteit van de woonomgeving. Dit komt niet alleen het leefklimaat ten goede, maar ook de waardeontwikkeling. Een bijkomend voordeel is dat een beheerorganisatie, en het overleg tussen bewoners, instellingen en bedrijven dat daarvoor nodig is, bijdragen aan meer sociale cohesie. Stedelijke problemen kunnen ondanks een fraaie vorm van samenwerking hardnekkig zijn. Zo laat drugsoverlast zich bijvoorbeeld soms lastig bestrijden met publiekrechtelijke instrumenten. In Maastricht heeft men daarom, in het kader van de herontwikkeling van de in onbruik geraakte binnenhaven ‘t Bassin, de exploitatie en het beheer ondergebracht in ‘t Bassin BV, een PPS van gemeente en twee private partijen. Er is gekozen voor het privaatrecht omdat dat betere mogelijkheden biedt voor handhaving. Alleen zo kunnen bijvoorbeeld drugsboten worden geweerd. Het dagelijkse toezicht op de haven berust bij een havenmeester die door de BV is aangesteld. Voor zowel beleggers als woningcorporaties kan het op deze manier onderbrengen van openbare ruimte in een private beheermaatschappij interessant zijn. De gedeeltelijke privatisering van beheer mag echter niet leiden tot een privatisering van de openbare ruimte zelf. Die dient toegankelijk te zijn voor iedereen die zich fatsoenlijk gedraagt. De criteria dienen onderwerp te zijn van publieke besluitvorming.

Verzilveren van kansen
Een kwalitatief beter ontwerp en beheer van de openbare ruimte is geen allesomvattende remedie voor een wijk die een impuls nodig heeft, maar het is wel een belangrijke pijler in een integrale aanpak. Omdat de neergang van een wijk in belangrijke mate een sociaal-economische achtergrond heeft, is voor een sociaal veilige en aantrekkelijke openbare ruimte een combinatie nodig van fysieke en sociale maatregelen. Bij veel projecten ontbreekt deze samenhang. Verder onderzoek ‘is nodig om te bepalen in hoeverre een extra investering vanuit de vastgoedsector leidt tot extra waardeontwikkeling, of tot meer waardevastheid. Hierop vooruitlopend lijkt het aan te bevelen dat partijen vaker gezamenlijk opereren, bij voorkeur al in de fase van planontwikkeling. Gelijktijdige herinrichting van het openbaar gebied en aanpassing van de stedenbouwkundige opzet biedt de beste kansen, vooral in naoorlogse wijken. In die herinrichting is het bestaande verenigingsleven een belangrijke partner. Al tijdens de planontwikkeling moet worden afgewogen of een beheerorganisatie wenselijk is. Dat biedt de beste mogelijkheden voor juridische verankering.
Woningcorporaties kunnen een drijvende kracht zijn bij het opzetten van een beheerorganisatie waarin ook eigenaar-bewoners partij zijn. De ruime ervaring met beheer van de woonomgeving kan worden benut bij de opzet en bij het faciliteren van de uitvoering. Door een dergelijke beheerorganisatie te combineren met het beheer van woongebouwen kan er efficiënter worden gewerkt.
Samenwerkingsconstructies voor beheer kunnen de extra kwaliteit van de openbare ruimte verankeren. De belanghebbenden zijn in eerste instantie de betreffende gemeente en de partijen met vastgoedposities. Nieuwe samenwerkingsvormen ondersteunen ook de doelstellingen van het rijk voor de stedelijke herstructurering, in het bijzonder voor de vijftig geselecteerde aandachtswijken. Het is de moeite waard om aan de ondersteuning van projecten in het kader van de IPSV een vervolg te geven, bijvoorbeeld in de vorm van een thematisch stimuleringsprogramma.

Artikel in Aedes-magazine door drs Pieter van der Heijde en Fokke de Jong

PUBLICATIE GEPUBLICEERD IN Aedes magazine Deel deze pagina

gerelateerde informatie