Bedrijf van allochtone ondernemer gaat eerder ten onder

nieuws

Bedrijven van niet-westerse allochtone ondernemers hebben lagere overlevingskansen. Dit is met name het geval in de minder welgestelde wijken. Dit blijkt uit een onderzoek waaraan dr. Anne Risselada van Bureau Stedelijke Planning heeft meegewerkt.

Onlangs is het onderzoeksrapport ‘verklaringen van de overlevingskans van bedrijven, gestart door allochtone ondernemers ’ van de Universiteit van Amsterdam, Universiteit Utrecht en Panteia gepubliceerd. Dr. Anne Risselada van Bureau Stedelijke Planning was betrokken bij het gezamenlijke onderzoeksproject. Het onderzoek werd uitgevoerd op basis van een dataset met informatie over bedrijven in Amsterdam gekoppeld aan door het CBS beschikbaar gestelde microdatabestanden. Anne Risselada: “Niet-westerse allochtone ondernemers gaan in de startfase van hun bedrijf sneller over de kop dan autochtone ondernemers omdat ze vaak op jongere leeftijd een bedrijf beginnen en met minder werkervaring van start gaan. Ook de sector speelt hierbij een rol: niet-westerse allochtone ondernemers kiezen relatief vaak voor een bedrijf in minder kansrijke sectoren, zoals de detailhandel en de horeca. Pas enkele jaren na de start speelt ook de herkomst van de ondernemer een rol bij de overlevingskans van het gestarte bedrijf. Vooral in minder welgestelde wijken hebben niet-westerse allochtone starters een significant kleinere overlevingskans dan andere starters. In de wat meer welgestelde wijken is dit verschil veel kleiner.”

Het gehele onderzoeksrapport (februari 2014) is hier te downloaden.

PUBLICATIE Deel deze pagina

gerelateerde informatie

Werken hoort ook in de stad

In de wijkaanpak was tot op heden weinig aandacht voor het versterken van de lokale economie. De sociale en fysieke aanpak stonden centraal. Daarbij is meer