naar overzicht
reageer
meer infomatie
stuur door

Project

Betrekken van allochtonen bij stedelijke vernieuwing; analyse en themafolder i.h.k.v. het IPSV (Ministerie van VROM, 2005)

Innovatieve methoden voor multiculturele participatie
01-07-2005

Bewoners spelen een belangrijke rol in het stedelijke vernieuwingsproces. Het gaat immers om de toekomst van hun woning en woonomgeving. Het betrekken van allochtonen is echter moeilijk. Dit terwijl deze groep een groot deel van de bevolking in de herstructureringswijken uitmaakt. Conventionele methoden als schriftelijke informatie en formele overlegstructuren blijken niet toereikend. Veel allochtonen voelen zich niet vertrouwd met de Nederlandse overlegcultuur. Daarnaast vormt de taal een grote barrière. Om allochtonen te betrekken is een meer informele, persoonlijke aanpak gewenst en zijn nieuwe vormen van participatie nodig. Diverse voorbeeldprojecten die binnen het InnovatieProgramma Stedelijke Vernieuwing (IPSV) tot stand komen bieden vernieuwende methoden om allochtonen te laten participeren. Een aantal van deze projecten richt zich op het betrekken van allochtonen bij de dagelijkse gang van zaken in de wijk. Bij andere projecten gaat het om de participatie van allochtonen in de planvorming van de stedelijke vernieuwing.


Bureau Stedelijke Planning bv heeft in opdracht van het Ministerie van VROM en SEV Realisatie een aantal IPSV (Innovatieprogramma Stedelijke Vernieuwing)-projecten geanalyseerd. De inhoud van deze publicatie is gebaseerd op de onderzoeksresultaten. De beperkte participatie van allochtonen in de stedelijke vernieuwing heeft diverse oorzaken. Het heeft te maken met capaciteit (niet kunnen), motivatie (niet willen) en invitatie (niet uitgenodigd zijn). Bij capaciteit gaat het om de beschikbaarheid van juiste vaardigheden, tijd en geld. Vooral de beheersing van de taal is een belangrijk probleem. In Nederland bestaat een hardnekkige overlegcultuur. Voor allochtonen met een beperkte of gebrekkige kennis van het Nederlands is dit moeilijk te volgen. Bij motivatie is het van belang om allochtonen serieus te nemen (goed luisteren, terugkoppelen, reële afspraken maken en afspraken nakomen). Er is op redelijke termijn uitzicht nodig op verbetering, waarbij rekening is gehouden met vragen, problemen en belangen van allochtone bewoners. Bij invitatie is aansluiting op de dagelijkse werkelijkheid van allochtone burgers van belang. De gebruikelijke aanpak van drukwerk en uitnodigingen komt niet over bij allochtone burgers. Een persoonlijke benadering door allochtonen op te zoeken spreekt veel meer tot de verbeelding. Allochtonen voelen zich minder vertrouwd in het publieke domein. Het organiseren van bijeenkomsten binnen hun eigen organisaties, moskeeën, vrouwengroepen en scholen biedt betere randvoorwaarden voor participatie. In deze themafolder komen eerst IPSV-projecten aan de orde die zich richten op het betrekken van allochtonen bij de dagelijkse gang van zaken in de wijk. De nadruk ligt daarbij op het investeren in mensen en diverse sociale activiteiten. Hier ligt vaak een sociaal plan aan ten grondslag, zoals in de Westelijke Tuinsteden in Amsterdam en Transvaal in Den Haag. Vervolgens komen IPSV-projecten aan bod die zich richten op de participatie van allochtonen in de planvorming van de stedelijke vernieuwing. Het gaat hier om de vertaling van allochtone ideeën in concrete vernieuwingsplannen. Zo zijn allochtonen bijvoorbeeld via woonateliers van Forum rechtstreeks betrokken bij de planvorming.


INVESTEREN IN MENSEN & EMPOWERMENT


Het doel van stedelijke vernieuwing is versterking van de sociale, economische en fysieke structuur van een herstructureringsgebied. Hierbij is optimale benutting van het sociale kapitaal van wijkbewoners noodzakelijk. Participatie van zowel autochtone als allochtone bewoners is een randvoorwaarde om stedelijke vernieuwing succesvol te laten verlopen. Empowerment is een methode om het zelforganiserend vermogen van wijkbewoners te stimuleren. Een vertaling van dit begrip laat zich het beste omschrijven als ‘bewonersactivering’. Uitgangspunt van deze methode is dat de samenleving over veel kennis en expertise beschikt. De talenten die bewoners hebben staan daarin centraal. Empowerment gaat niet uit van het signaleren van tekorten en problemen, maar van potenties. Door talenten van zowel autochtone als allochtone bewoners actief in te zetten, ontstaat een nieuwe basis en nemen bewoners beter deel aan de dagelijkse gang van zaken in de wijk. Hierdoor versterkt de betrokkenheid en neemt de sociale cohesie toe. Een goed georganiseerde ondersteuning van professionals is daarbij noodzakelijk. De verantwoordelijkheid ligt voornamelijk bij bewoners en ondernemers. De overheid stimuleert dit door de verspreiding van kennis en informatie, bewustmaking, verstrekking van middelen en opleiding.

Empowerment stimuleert de participatie van allochtonen en autochtonen in de wijk. Het IPSV project ‘Kolenkitbuurt: Levendige Tuinenstad’ (43014) in Amsterdam brengt dit in de praktijk. De Kolenkitbuurt is een arme wijk met kleine woningen van matige kwaliteit. De bevolking van de Kolenkitbuurt bestaat voor vijfentachtig procent uit allochtonen, voornamelijk Turken en Marokkanen. Er zijn problemen op het gebied van werkloosheid, taalachterstand, slechte woningen en een verpauperde leefomgeving. Op sociaal gebied is in de Kolenkitbuurt een uitgebreid pakket aan maatregelen ingesteld om de allochtone bevolking sociaal-maatschappelijk beter te laten deelnemen aan de dagelijkse gang van zaken in de wijk. Zo kregen bewoners met een bijstandsuitkering van de Sociale Dienst Amsterdam de mogelijkheid om zich door middel van werk, vrijwilligerswerk of taal- en conversatielessen actief in te zetten voor de wijk. De betrokkenheid van deze bewoners bij de dagelijkse gang van zaken nam daardoor toe. Momenteel zijn er initiatieven om empowerment op stadsdeelniveau op te starten. Daar de Kolenkitbuurt één van de kinderrijkste buurten van Amsterdam is, richt veel inspanning zich op moeders en hun kinderen. Zo is er een MoederKindCentrum (MKC) - het Anne-Tefle-centrum ontwikkeld als eerste stap voor allochtone vrouwen naar maatschappelijke participatie. Naast voorlichting over het opzetten van een eigen bedrijf vinden hier allerlei cursussen plaats op het gebied van taal, computers, koken en opvoeding. Voor jongeren is een digitaal trapveld gerealiseerd dat zich op lange termijn zal ontwikkelen tot internetcafé binnen een jongerencentrum. Om bewoners te informeren over de stedelijke vernieuwing zijn er regelmatig informatiemarkten. Hierbij is er extra aandacht om allochtonen te informeren en te betrekken. Voor deze groep vinden in overleg met bewonersorganisaties, moskeeën en het MoederKindCentrum, aparte informatiebijeenkomsten plaats. Indien nodig zijn hier tolken bij aanwezig. Daarnaast is er tweemaandelijks overleg met sleutelinformanten van onder meer het moskeebestuur en een allochtone jongerenorganisatie uit de buurt. Het is van groot belang tijdens het vernieuwingsproces autochtone en allochtone bewoners voortdurend op de hoogte te houden van de ontwikkelingen. In de Kolenkitbuurt gebeurt dit onder meer door zes keer per jaar hoogtepunten (‘parels’) onder de aandacht te brengen in de vorm van evenementen. Voorbeelden hiervan zijn: een kunsttunnelproject voor kinderen, een busexcursie door de (vernieuwde) Westelijke Tuinsteden, een feestelijke start voor de grootschalige renovatie van een flat en de onthulling van het Perystillium (een door ROC-leerlingen opgeknapte vrijliggende ruimte onder het viaduct van de A10). Tot slot is er een coördinator buurtparticipatie aangesteld, die bewoners betrekt bij de stedelijke vernieuwing. De coördinator is het gezicht van de wijk en loopt rond in ‘zijn’ buurt. Hij onderhoudt contacten met alle organisaties die actief zijn in de Kolenkitbuurt. Onlangs is een nieuwe Turkse coördinator (voorheen Marokkaans) aangesteld.


LEEREFFECTEN

Voor het IPSV project ‘Impuls August Allebéplein en Investeren in Mensen’ (12908) in de wijk Overtoomse Veld in Amsterdam is een integraal vernieuwingsplan opgesteld. Het doel is om de fysieke omgeving, de sociaal-economische positie en de buurteconomie te verbeteren. De herinrichting van het August Allebéplein maakt onderdeel uit van de plannen. Ruim zeventig procent van de wijkbevolking is allochtoon, voornamelijk van Turkse en Marokkaanse afkomst. Tijdens het vernieuwingsproces bleken conventionele inspraakmethoden niet geschikt te zijn voor allochtonen. In Overtoomse Veld gaat dan ook veel inspanning uit naar het betrekken van allochtonen bij de wijkplannen. Dit blijkt vooral een kwestie van ‘trial & error’. Voor een betere participatie van laagopgeleide allochtonen, hebben deze zicht nodig op een toekomst met meer kansen op opleiding, werk, een beter inkomen en betere huisvesting. Naast fysieke maatregelen zoals sloop/nieuwbouw is daarom een omvangrijk Sociaal Investeringsplan opgezet om de sociale en economische positie van de bewoners te verbeteren. Ook hier is sprake van sociaal-maatschappelijke ‘empowerment’. Het plan omvat circa vijftig concrete en meetbare doelen die binnen vijf jaar dienen te zijn bereikt. Zo is er een talencentrum opgezet, een opvoedsteunpunt, een ouder-kindcentrum, een Bredeschool en het Inter10centrum (met gebruikte bedrijfscomputers voor schoolkinderen en in de avond computerles aan allochtonen). De aanpak is ‘massief en vraaggericht’. Massief in de zin dat alle relevante problemen van bewoners in samenhang worden aangepakt en vraaggericht omdat ‘op maat’ maatregelen totstandkomen. Individuele verbetertrajecten vinden plaats door alle voorkomende sociale en economische behoeften van de bezochte bewoners te koppelen aan backoffices, zoals bijvoorbeeld het opvoedsteunpunt of het talencentrum. Voor de communicatie met de allochtone bevolking heeft de deelgemeente een Marokkaanse vrouw aangesteld. Zij blijkt goed in staat te zijn om te achterhalen wat allochtone bewoners werkelijk bezighoudt. Daarnaast zijn door directe contacten en persoonlijke uitleg verschillende etnische doelgroepen benaderd. Dit gebeurt binnen hun eigen organisaties (moskee, vrouwenorganisatie) of woning. Een omvangrijke inventarisatie van problemen, behoeften en vragen vindt plaats door middel van een huis-aan-huis aanpak door jonge, allochtone case-managers. Op basis van deze inventarisatie trachten verschillende professionals oplossingen en maatregelen te formuleren.


LEEREFFECTEN


SOCIALE ACTIVITEITEN & COMMUNICATIE

Transvaal in Den Haag is één van de grootste probleemwijken in Nederland. De komende tien jaar zullen bewoners en ondernemers veel overlast ondervinden van de vernieuwingswerkzaamheden, terwijl veel veranderingen niet direct zichtbaar zijn. Dit kan ertoe leiden dat bewoners het gevoel hebben dat het niet opschiet met de herstructurering. Met het IPSV project ‘Leefbaarheid in de Wijk: Aanpak Mensen Nu’ (33015) koppelt de gemeente sociale wijkgerichte activiteiten aan het bouwproces. Bijvoorbeeld door een sloop- of bouwterrein te gebruiken voor een toneelvoorstelling, kinderen kleurrijke schilderingen te laten maken op slooppanden of het onderbrengen van kunstenaars in lege gebouwen. De sociale activiteiten gaan direct van start en maken direct zichtbaar dat er iets gebeurt. Transvaal telt 80 verschillende nationaliteiten. Er is dan ook veel aandacht voor allochtone bewoners. Zo vinden de sociale activiteiten op straat plaats. Dit sluit aan bij de levensstijl van veel allochtonen. Eveneens in de openbare ruimte is sprake van communicatie via digitale muurkranten. Deze bevat informatie over de stand van zaken van de vernieuwingsoperatie. Om allochtonen beter te bereiken wordt veel gebruik gemaakt van beeldmateriaal. Innovatief is dat met het project ‘Aanpak Mensen Nu’ de leefbaarheid en wijkverbondenheid direct toeneemt en niet pas bij de oplevering van de eerste woning. In het IPSV project ‘Park Presikhaaf - groene parel voor versnelling’(33048) in Arnhem hebben omwonenden door middel van klankbordgroepen een actieve rol gekregen bij het ontwerp, de inrichting en het beheer van het nieuwe park Presikhaaf. Allochtonen bleken echter niet te participeren. Ook gangbare communicatiemiddelen zoals informatiekranten en -avonden waren voor deze groep nauwelijks effectief. Allochtonen zijn echter wel actief in de wijk. Daarom haakt de gemeente bij deze actieve bewoners aan. Via een interculturele werkgroep en rechtstreekse contacten met sleutelinformanten en -organisaties zijn de allochtonen benaderd. Zo leverde overleg met een Turkse vrouwengroep en allochtone jongeren zinvolle en waardevolle informatie op. In dit overleg bleek dat het park onvoldoende geschikt was voor allochtonen door een gebrek aan ruimte voor barbecues, picknicks en onvoldoende toezicht. Deze suggesties zijn meegenomen in het ontwerp van het park. Via het programma ‘Sociale Bouwstenen’ werken bewoners samen aan de leefbaarheid van de wijk. Het betrekken van allochtonen is een belangrijke voorwaarde om Sociale Bouwstenen te laten slagen. Een Turkse volksdansvoorstelling tijdens de startbijeenkomst ‘Sociale Bouwstenen’ zorgde voor een grote opkomst van allochtonen. Daarnaast versterkt een nauwe aansluiting op bestaande netwerken en het organiseren van speciale activiteiten door allochtonen zelf, de betrokkenheid van allochtonen bij de wijk. In de toekomst vormt het te ontwikkelen Multifunctioneel Centrum met een Brede School, kinderopvang en zorg- en welzijnsvoorzieningen een belangrijk element om allochtone bewonersparticipatie te bevorderen. Hiermee ontstaan mogelijkheden om eenvoudig en laagdrempelig één-op-één met allochtonen in contact te komen.


LEEREFFECTEN

BENUTTEN VAN KANSEN MULTICULTURELE KARAKTER

Vaak staan herstructureringsgebieden bekend om hun problemen. Multiculturele diversiteit biedt echter ook kansen. Een tweetal projecten speelt hier handig op in. In het IPSV-project ‘Paul Krugerlaan, werelds winkelen in een kleurrijk Transvaal’ (12103) in Den Haag komt een multicultureel en dynamisch gebied tot stand. De uitstraling van het winkelgebied zal hierdoor verbeteren, waardoor de aantrekkelijkheid voor allochtone ondernemers toeneemt. Het project onderscheidt zich door de benutting van de kansen die de multiculturele en levendige sfeer van deze straat bieden. De allochtone ondernemers zijn positief over de plannen en voelen zich nauw betrokken bij het project. De Paul Krugerlaan maakt onderdeel uit van het multiculturele toeristische arrangement ‘City Mondial’ van de gemeente Den Haag. City Mondial is een toeristisch product dat het multiculturele karakter van de wijken Transvaal, Schilderswijk en De Stationsbuurt promoot om zo toeristen aan te trekken. In het IPSV project ‘Straat van 1000 Culturen (S1000C)’ (21109) in Amsterdam Bijlmer is een kansenzone aangewezen, met de naam ‘Straat van 1000 culturen’. Dit idee van Ashok Bhalotra krijgt invulling door bewoners en ondernemers ruimte te geven om zélf een levendige woonomgeving te realiseren. Uitgangspunt is de trots van de Bijlmer gemeenschap oftewel de ‘Civic Pride’. De straat van 1000 culturen is een plaats waar bewoners en ondernemers de kans krijgen zelf iets toe te voegen aan de vernieuwing. De allochtone betrokkenheid neemt toe door initiatieven op basis van de eigen cultuur te ontplooien. Er zijn drie ontmoetingsplekken in de wijk aangewezen waar de ideeën voor projecten zich concentreren. In juni 2004 zijn bewoners en ondernemers opgeroepen om plannen te ontwikkelen voor de Straat van 1000 culturen. In totaal zijn er 50 plannen ingediend waaruit zeven ideeën zijn geselecteerd. Deze ontvangen een financiële bijdrage waarmee de projecten daadwerkelijk tot uitvoering komen. Bewoners en ondernemers zijn daardoor verzekerd dat er echt iets met hun plannen gebeurd. Door ze zelf de kans te geven de woonomgeving in te richten op basis van hun eigen cultuur, voelt men zich meer betrokken bij de vernieuwing van de wijk.


LEEREFFECTEN


HETEROGENITEIT IN STEDENBOUW EN ARCHITECTUUR

Tot nu toe sluit de gebouwde omgeving in vormgeving, ontwerp en gebruiksmogelijkheden vooral aan op de smaak en het gebruik van de Nederlandse cultuur. Dit terwijl de samenleving door demografische ontwikkelingen steeds diverser wordt. Tussen de multiculturele gebruikers en de fysieke omgeving bestaat een ‘mismatch’. Multicultureel bouwen speelt hier op in door de uiting van culturele diversiteit in de gebouwde omgeving. Multicultureel bouwen richt zich op twee aspecten: functionaliteit en identiteit. Bij het eerste gaat het om een goede afstemming tussen woning of woonmilieu en de functionele eisen van de multiculturele gebruikers. Bij identiteit gaat het om de expressieve kant van wonen. Hierbij dient de identiteit en zelfexpressie van de gebruikers terug te komen in de woning en het woonmilieu. Door middel van symbolen, vormgeving en architectuur kan een verwijzing plaatsvinden naar de betreffende culturen, geschiedenis en geloofsovertuiging. Multicultureel bouwen staat nog in de kinderschoenen. Een aantal concepten heeft steun gekregen van het IPSV, zoals het project ‘Werkplaats multicultureel wonen, multiculturele wijken’ van Forum (11312) in Utrecht en de toolbox van het project ‘Le Medi’ (11302) in Rotterdam. Forum richt zich zowel op de functionaliteit als de identiteit uitmondend in een programma van eisen van de gebruiker, terwijl Le Medi ingaat op identiteit. Een manier om in een vroegtijdig stadium autochtone en allochtone bewoners actief te betrekken bij de planvorming van stedelijke vernieuwing zijn woonateliers. Dit zijn werkplaatsen om multiculturele bewonersparticipatie in herstructureringsgebieden te bevorderen. Onder begeleiding van een trainer en een architect krijgen autochtone en allochtone bewoners de gelegenheid samen ideeën uit te werken voor de herstructurering van de buurt. De allochtone bewoners zijn via stedelijke welzijnsorganisaties, allochtone organisaties, allochtone sleutelpersonen, folders, huis-aan-huisbladen en wijkkranten benaderd. In een dergelijke persoonlijke benadering gaat veel tijd en geld zitten. Voldoende middelen zijn dan ook noodzakelijk om een dergelijke intensieve aanpak te realiseren. Zodra het ontwerp gereed is, vindt door bewoners een presentatie plaats aan de betrokken bestuurders en woningcorporaties. De laatste stap is integratie in de gemeentelijke stedenbouwkundige plannen en corporatieplannen. Gemeenten en corporaties achten het soms moeilijk om mee te werken aan gepresenteerde wensen en ideeën. Aan de ene kant is het financieel niet haalbaar. Een salonhal vereist bijvoorbeeld een grotere beukmaat, waardoor de kostprijs omhoog gaat. Een betere financiële voorlichting bij het ontwerpen van plannen tijdens het woonatelier kan dit probleem verhelpen. Aan de andere kant sluiten de ontwerpen vaak onvoldoende aan op de plannen van de gemeente. Gemeenten kunnen hiermee rekening houden door bijvoorbeeld ateliers te integreren in de planvorming of te kiezen voor architecten die bewonersparticipatie als vanzelfsprekend onderdeel in hun ontwerpproces beschouwen. Een kanttekening hierbij is dat in het IPSV Project Vierhavenstrip (13623) in Rotterdam bleek dat concepten en uitgangspunten zich wel lenen voor bewonersparticipatie, maar gedetailleerde ontwerpen niet. De kracht van het woonatelier ligt in kleinschaligheid, laagdrempeligheid, thematiek, flexibiliteit en de veilige leeromgeving. Bovendien gaan deelnemers en deskundigen met elkaar in dialoog, leren de deelnemers verantwoordelijkheid te nemen en ontstaat onderlinge binding. De ateliers vinden in het Nederlands plaats al dan niet met vertalers. Soms komen eerste generatie allochtonen samen met tweede of derde generatiegenoten die als vertalers kunnen optreden. Bijzonder aan de aanpak is dat zowel allochtone als autochtone bewoners interactief betrokken zijn bij de veranderingsprocessen in de wijk, terwijl beleidsmakers direct toegang krijgen tot de toekomstige wensen en ideeën van bewoners. De begeleiders - architect, trainer, adviseur - staan uitdrukkelijk in dienst van de deelnemers, waarbij de mening van de bewoners het uitgangspunt vormt. De persoonlijke en gerichte benadering in een vertrouwde context stimuleert allochtone bewoners om deel te nemen. Inmiddels zijn in verschillende steden woonateliers georganiseerd, waaronder in Arnhem, Den Bosch, Gouda en Amsterdam. Een ander project dat gericht is op heterogeniteit in stedenbouw en architectuur is het Rotterdamse project Le Medi (11302). Voor dit project is door een aantal architecten een toolbox ontworpen waarbij de nadruk ligt op mediterrane architectuur en stedenbouw. Het gaat hierbij om een duidelijk herkenbaar en cultureel geprofileerd project waarin een synthese tot stand komt tussen West-Europese en mediterrane stedenbouw en architectuur. Het multiculturele karakter van de Rotterdamse bevolking komt daarbij in de bebouwing tot uitdrukking. Le Medi richt zich niet alleen op allochtone bewoners, maar op een breed publiek dat zich aangetrokken voelt tot een andere wijze van wonen en samenleven. De toolbox maakt onderscheid in architectuur, stedenbouw, beheer en materiaalgebruik. Inmiddels is de toolbox gereed en kan in de praktijk toegepast worden. In de wijk Delfshaven is hier gebruik van gemaakt. Dit heeft geleid tot een definitief stedenbouwkundig plan. Op basis hiervan komt een bestemmingsplanprocedure tot stand. Naast de normale inspraakprocedure zijn bewonersorganisaties in Delfshaven betrokken geweest via presentaties en discussies.


LEEREFFECTEN


COLLECTIEF OPDRACHTGEVERSCHAP

Differentiatie in stedenbouw en architectuur kan mede totstandkomen door collectief opdrachtgeverschap. Een specifieke vorm van collectief opdrachtgeverschap op blokniveau speelt in het IPSV-project ‘Biz Botuluyuz’ (11303 en 22204) in de Rotterdamse wijk Bospolder-Tussendijken. Bospolder-Tussendijken staat voor een aanzienlijke herstructureringsopgave. Wegens instortingsgevaar werd in 1999 een woonblok in de Bruijnstraat vervroegd gesloopt. Zittende Turkse bewoners ontplooiden zelf het initiatief om op deze plek woningen te gaan bouwen. Dit is door Delphi opbouwwerk opgepakt en ondersteund. Samen met de bewoners heeft de woningcorporatie het project Biz Botuluyuz opgezet, waarbij 24 koopwoningen via collectief opdrachtgeverschap tot stand komen. Vanuit Turkse traditie is eigendom zeer gebruikelijk. Op basis hiervan is de kopersvereniging Biz Botuluyuz opgericht. Het bestuur en de ledenvergadering met een Turkse achtergrond zijn de formele en praktische opdrachtgever. Met dit project komt een allochtoon woonmilieu tot stand waarin de Turkse cultuur en architectuur nadrukkelijk tot uiting komt. Door de rol als opdrachtgever voelen toekomstige bewoners zich nauw betrokken bij de woonomgeving. Op basis van een woonwensenonderzoek is door de betrokken bewoners een eerste schetsontwerp gemaakt. Dit gebeurde samen met een Turkse architect die kennis heeft van de Anatolische architectuur. Daarnaast is er voortdurend contact geweest met een aantal Turkse sleutelinformanten in de wijk. De schetsontwerpen zijn tot stand gekomen op basis van workshops waarbij foto’s, dia’s en plattegronden van Turkse woningen zijn gepresenteerd. De Turkse cultuur en architectuur komen tot uitdrukking in de plattegrond, de constructie, bouwmaterialen en de vormgeving. Met deze aanpak ontstaat herkenning, waardering en verhoging van trots en eigenwaarde onder de bewoners met een Turkse achtergrond. Bovendien kunnen bewoners op basis van hun wensen de woningen vormgeven. De bijeenkomsten zijn in het Turks, waarbij de vrouwen bij het ontwerp aanvankelijk het voortouw namen. Gedurende het proces richting uitvoering en financiën namen Turkse mannen het initiatief. Het project heeft gedurende de looptijd veel tegenslagen te verwerken gehad. Zo waren er twijfels bij zowel de gemeente als de deelgemeente of het project wel realistisch was. Hierdoor liepen termijnen uit en verloren de deelnemers hun vertrouwen. Deelnemers met middeninkomens vonden elders een koopwoning (vaak in VINEX-wijken), anderen haakten door persoonlijke omstandigheden af. Door middel van een nieuwe wervingscampagne tijdens de Ramadan, zijn 20 nieuwe deelnemers gevonden. Hieruit is een nieuw bestuur ontstaan. Naast Turkse deelnemers, nemen nu ook Nederlandse en Marokkaanse personen deel. Tevens is een nieuwe architect aangetrokken, die samen met de nieuwe deelnemers een nieuw ontwerp heeft gemaakt. De Turkse cultuur en architectuur staat nog steeds centraal, maar vormen geen dogma. Ook mensen die geen Turkse achtergrond hebben dienen zich aangetrokken te voelen tot het nieuw te ontwikkelen woonmilieu. Door een ‘koopgarantregeling’, ontwikkeld door een aantal woningcorporaties, kunnen bewoners met een laag middeninkomen deelnemen aan het project. De regeling houdt in dat toekomstige bewoners 25% korting krijgen op de koopprijs. Bij verkoop dient dit bedrag terugbetaald te worden. De discussie die momenteel plaatsvindt, is of de noodzakelijke goedkeuring van het Ministerie van Financiën voor de koopgarantregeling tot stand zal komen. Zonder deze regeling kan geen enkel lid van de kopersvereniging een woning kopen. Desondanks zijn de voorbereidingen van de bouw wel in gang gezet; het voorlopig ontwerp is in november 2004 gereed gekomen en in november 2005 is de start bouw gepland. Projecten zoals Biz Botuluyuz bieden meerwaarde. Ze dragen bij tot heterogeniteit in stedenbouw en architectuur en bevorderen de mogelijkheden voor allochtonen om een woning te kopen. Door het perspectief van een zelf vormgegeven koopwoning voelt men zich daarnaast meer betrokken bij de buurt. Bovendien ontstaat een aantrekkelijk woonmilieu voor allochtone middeninkomensgroepen, die anders naar middelgrote steden en VINEX-wijken zouden verhuizen. Een andere toepassing van differentiatie in stedenbouw en architectuur via collectief opdrachtgeverschap is het IPSV-project ‘Mi Akoma di Color’ (21443). Dit project maakt onderdeel uit van de stedelijke vernieuwing in de Bijlmermeer, waarbij bewoners mede-opdrachtgever zijn van een deel van de nieuwbouwopgave. Het betreft hier 19 sociale huurwoningen en 19 betaalbare koopwoningen. Van ontwerp tot aan realisatie is een multiculturele groep van 38 bewoners betrokken via collectief opdrachtgeverschap. Gezamenlijk zijn de bewoners verantwoordelijk voor de realisatie van hun woning en woonomgeving. De woningcorporatie en de door de bewoners geselecteerde architect treden op als adviseur. Randvoorwaarde is dat het project financieel haalbaar is. Begeleiding vindt dan ook plaats door een kostendeskundige. Bewoners zijn in het Engels en Nederlands geïnformeerd. Daarnaast is het de bedoeling om de bewoners nauw te betrekken bij het stedenbouwkundig plan en het ontwerp van de openbare ruimte. De meerwaarde van dit project is de grote mate van sociale cohesie als gevolg van de samenwerking. Daarnaast blijkt een strikte koppeling tussen woonwensen en culturele achtergrond niet nodig en zijn breder gedragen oplossingen mogelijk. Een probleem is de lange procesgang. Dit vergt veel uithoudingsvermogen van de woonconsument (ruim vier jaar tussen start en oplevering). Duidelijke mijlpalen zijn nodig om de motivatie op peil te houden. Een ander probleem is dat vanwege wijzigingen in privé-situaties sommige geselecteerde bewoners niet meer voldoen aan de criteria voor huur of koop. Hierdoor ontstaat ruimte voor andere gegadigden. De nieuwe toekomstige bewoners dienen echter hun plek te vinden in een groep bewoners die al op elkaar is ingespeeld. Een laatste belemmering zijn de hoge proceskosten.


LEEREFFECTEN

naar overzicht     reageer     meer infomatie     stuur door    

Bureau Stedelijke Planning b.v.
Klein Amerika 18
2806 CA Gouda

Tel. 0182 689416
Fax. 0182 689417

E-mail: info@stedplan.nl