Nieuwe centra in uitbreidingsgebieden

nieuws

Door de voortdurende bouw van buitenwijken dreigt in Nederland een aaneengesloten stedelijk landschap te ontstaan. Niet alleen gaan zo waardevolle groengebieden verloren, ook de internationale concurrentiepositie van de steden verzwakt. Om te voorkomen dat ons land zich ontwikkelt tot het grootste dorp van Europa moeten toekomstige uitbreidingslocaties worden voorzien van nieuwe centra.

Langzaam maar zeker wordt Nederland volgebouwd. Sinds de tweede helft van de vorige eeuw zijn de steden uitgebreid met uitgestrekte woonwijken en bedrijventerreinen. Het accent lag op laagbouw: Nederlanders wonen immers graag in eengezinswoningen en ondernemers vestigen hun bedrijf het liefst op de begane grond. De laatste uitleglocaties kwamen in het kader van de Vinex tot stand. Ook hier zie je weer uitgestrekte wijken met eengezinswoningen aan de rand van de steden.
En Nederland is nog lang niet uitgebouwd. In de Nota Ruimte is becijferd dat er tussen 2010 en 2030 behoefte is aan zo’n 400.000 woningen en 8000 ha bedrijventerreinen. Daarnaast is er ruimte nodig voor winkels, voorzieningen, leisure en kantoren. Het Rijk wil een aanzienlijk deel van deze functies ontwikkelen in binnenstedelijk gebied. In de afgelopen periode zijn echter al veel beschikbare locaties volgebouwd. Een groot deel van de bouwopgave zal dan ook moeten komen van nieuwe stadsuitbreidingen, zoals in de Zuidplaspolder tussen Rotterdam, Zoetermeer en Gouda. Hier komen 30.000 woningen. Deze vorm van ruimtelijke planning zal uiteindelijk ten koste gaan van waardevolle groengebieden zoals het Groene Hart. Er zal een stedelijk landschap ontstaan dat doet denken aan Los Angelos, een doemscenario waarvoor al twintig jaar geleden werd gewaarschuwd.

Tegelijkertijd wil de Randstad zich ontwikkelen tot een metropool die zich kan meten met andere grootstedelijke gebieden in Europa. Ook elders in het land willen stedelijke agglomeraties zoals Brabantstad, Twente, Arnhem-Nijmegen en Zuid-Limburg hun concurrentiepositie ten opzichte van buitenlandse steden versterken. Naast een optimale bereikbaarheid en gunstige economische randvoorwaarden is een aantrekkelijk vestigingsklimaat hiervoor van groot belang. Het betreft hier niet alleen hoogwaardige locaties voor bedrijfshuisvesting, maar ook gedifferentieerde woonmilieus, aanbod van cultuur en ontspanning en grootstedelijke allure.
De aantrekkelijkheid van de stedelijke gebieden kan sterk verbeteren door een deel van de toekomstige bouwopgave te concentreren in centrumstedelijke woon- en werkmilieus. Aangezien de huidige binnensteden grotendeels zijn volgebouwd, dient deze ontwikkeling vooral in nieuwe centra plaats te vinden. Deze kunnen worden gedefinieerd als de grootste concentraties aan centrumstedelijke functies na de binnenstad met een multifunctionele invulling en bovenwijkse voorzieningen. Nieuwe centra dienen bij voorkeur bij een vervoersknooppunt te liggen, hebben een grootstedelijke uitstraling en een duidelijk herkenbare identiteit. Ze kunnen zowel binnenstedelijk als in uitbreidingsgebieden worden gesitueerd. Voorbeelden van nieuwe centra in binnenstedelijk gebied zijn Amsterdam Centrum Zuidoost en Arnhem Kronenburg. Een voorbeeld van een nieuw centrum binnen een uitbreidingsgebied is het (nog te ontwikkelen) Leidsche Rijn Centrum.

Zuidplaspolder
In de Zuidplaspolder worden tot 2030 ongeveer 30.000 nieuwe woningen gebouwd. Gekoppeld aan de woningbouw vindt ook uitbreiding plaats van de voorzieningenstructuur. Tot 2020 zal de uitbreiding van voorzieningen vooral in de bestaande centra plaatsvinden. In deze fase zijn bewoners voor regionale voorzieningen aangewezen op de centra van Gouda, Rotterdam-Alexander en Zoetermeer. Na 2020 komen op OV-knooppunten enkele nieuwe voorzieningenclusters tot stand met een bovenlokaal karakter.
Om de Zuidplaspolder te profileren, is het idee ontstaan van een cluster van (boven)regionale voorzieningen met een bijzonder karakter. Hierbij gaat de voorkeur uit naar de Gouweknoop. Dit knooppunt van snelwegen en spoorlijnen bij Gouda is geschikt voor de vestiging van woningen, bedrijven en (boven)regionale voorzieningen zoals grootschalige detailhandel en leisure. De bouw van de stedenbaanhalte Gouweknoop draagt in belangrijke mate bij aan de ontwikkeling van dit gebied.

Logische ontwikkeling
De planning van nieuwe centra als hart van grootschalige uitbreidingsgebieden is eigenlijk logisch. De nieuwe bewoners hebben immers winkels nodig, en voorzieningen op het gebied van persoonlijke dienstverlening, onderwijs en zorg. Op het gebied van recreatie en ontspanning is er behoefte aan bioscopen, cafés, restaurants, disco’s en sportaccommodaties. Daarnaast dient elke grootschalige uitbreiding te voorzien in een optimale ontsluiting van openbaar vervoer. Door al deze functies te clusteren en te combineren met gestapelde woningen en kantoren ontstaan nieuwe centra. De voordelen hiervan zijn aanzienlijk: door de stedelijke verdichting kunnen waardevolle groengebieden gespaard blijven. Als 25 procent van de toekomstige bouwopgave in nieuwe centra tot stand komt, levert dit een besparing op ter grootte van een stad als Leiden. Nieuwe centra kunnen daarnaast in belangrijke mate voorzien in de behoefte aan centrumstedelijke woonmilieus (20 procent van de woningbehoefte); in vergelijking met ons omringende metropolen bestaat hieraan in Nederland een groot tekort.

Leidsche Rijn
Ten westen van Utrecht verrijst het nieuwe stadsdeel Leidsche Rijn. Tot 2015 komen hier 30.000 woningen voor ongeveer 80.000 inwoners. Leidsche Rijn Centrum zal het centrale deel van dit stadsdeel vormen. Het centrumgebied ligt rond de plaats waar de spoorlijn en de A2 elkaar kruisen, even ten westen van Utrecht.
Een bijzonder kenmerk is de overkapte A2 met een verhoging van het maaiveld van acht meter. Hierop zal een deel van het centrum gesitueerd zijn. De aanwezigheid van grootstedelijke winkels, in combinatie met uitgaansgelegenheden zoals een bioscoop en tenminste een culturele trekker van formaat, moeten ervoor zorgen dat het centrumgebied aantrekkelijk wordt voor de hele Randstad.
De gemiddelde bouwhoogte is vijf bouwlagen. Vergeleken met Utrecht is dit vrij hoog. Om de vitaliteit te maximaliseren, vindt per bouwblok en waar mogelijk per gebouw functiemenging plaats. Het programma voor Leidsche Rijn Centrum bestaat uit 2600 woningen, voor het merendeel appartementen, 245.000 m2 kantoorruimte, 45.000 m2 winkels, 8.500 m2 horeca, en 30.000 m2 vrijetijdsvoorzieningen. Verder komen er diverse niet-commerciële voorzieningen zoals een bibliotheek, een kunstuitleen, scholen, en een hotel met conferentiecentrum. De bouw van Leidsche Rijn Centrum zal op zijn vroegst in 2008 van start gaan.

Nieuwe centra zijn ook van groot belang voor de economische ontwikkeling. Door de versnippering van bedrijfslocaties ontbreekt het de stedelijke agglomeraties aan concurrentiekracht. Met de komst van nieuwe centra wordt het mogelijk om economische functies te concentreren en internationaal aansprekende vestigingsmilieus te creëren, zoals de Zuidas. Het multifunctionele karakter ervan vormt een belangrijke aanvulling op de huidige monofunctionele kantorenlocaties. Bovendien leidt de combinatie aan functies tot economische synergie; doordat gebruikers van de ene functie ook gebruikmaken van andere functies, ontstaat er meer draagvlak voor een breder pakket aan voorzieningen. Een intensief gebruik van de ruimte in de vorm van (middel)hoogbouw versterkt dit effect. Ook door de combinatie van een nieuw centrum met een vervoersknooppunt nemen de bestedingen toe. Bovendien remt de hoge concentratie aan stedelijke functies de toenemende congestie in het land af.

Doordat de laagbouw van de uitbreidingswijken wordt doorbroken, krijgen steden ook meer allure. Daarnaast bevorderen nieuwe centra de leefbaarheid. Op dit moment hebben meestal alleen de binnensteden een dynamisch verblijfsklimaat; de omliggende woonwijken en kantorengebieden zijn vaak monotoon en uitgestorven. Door centrumstedelijke functies toe te voegen, nemen de aantrekkingskracht en variëteit toe. Het multifunctionele karakter leidt bovendien tot meer sociale controle en veiligheid.
Er zijn ook nadelen: nieuwe centra kunnen leiden tot meer congestie en milieuproblemen en de diverse functies kunnen overlast van elkaar ondervinden. Bovendien kunnen nieuwe centra commerciële activiteiten wegzuigen uit de binnensteden. Dit vraagt om een goede afstemming.

Buitenland
Onderzoek van Bureau Stedelijke Planning wijst uit dat Nederland relatief achterloopt met nieuwe centra; in een aantal Europese steden is deze ontwikkeling verder gevorderd. Zo werd al in de jaren zestig ten westen van Parijs La Défense in de steigers gezet; een grootschalig nieuw centrum met kantoren, woningen en een winkelcentrum. Daarna is ten oosten van Parijs Marne-la-Vallée ontwikkeld, een uitbreidingsgebied met diverse nieuwe centra, dat nog volop in ontwikkeling is. Ook elders in de stad komen nieuwe centra tot stand, zoals Paris Bercy bij Gare de Lyon. In Rome behelst het nieuwe masterplan een polycentrisch model met 18 nieuwe centra. In deze goed bereikbare multifunctionele gebieden komen kantoren, winkels, scholen, woningen, sportaccommodaties en zorgvoorzieningen. De nieuwe centra, met in totaal 4.400.000 m2, vertegenwoordigen 20 procent van de totale bouwopgave van Rome. Ook in veel andere Europese steden zoals Lyon, Stockholm, Hamburg, Milaan en München zijn nieuwe centra in ontwikkeling.

In ons land zijn de meeste nieuwe centra organisch gegroeid, met name rond stadsdeelcentra, die er in de loop van de tijd steeds meer functies bij hebben gekregen. Denk bijvoorbeeld aan Amsterdam Boven ’t IJ en Rotterdam Alexander. Nieuwe centra als onderdeel van grootschalige uitbreidingsgebieden zijn schaars. Zo is in Den Haag bij de ontwikkeling van Wateringse Veld en Ypenburg een bescheiden metrage aan winkels opgenomen, die nauwelijks zijn gecombineerd met andere centrumfuncties. In Leidsche Rijn (zie kader) is wél gekozen voor de ontwikkeling van een volwaardig nieuw centrum met circa 2500 appartementen, 245.000 m2 kantoren en 85.000 m2 voorzieningen. In de Zuidplaspolder met 30.000 woningen is sprake van spreiding van de centrumfuncties. Het uitgangspunt is om de uitbreiding van voorzieningen vooral te concentreren in de centra van de omliggende gemeenten. Pas na 2020 komen er enkele nieuwe voorzieningenclusters rond OV-knooppunten. Ook zijn er plannen voor een cluster met (boven)regionale voorzieningen met een bijzonder karakter rond bijvoorbeeld de Gouweknoop.

IJburg
In 2003 is begonnen met de bouw van dit nieuwe Amsterdamse woongebied. IJburg ligt in het IJmeer, tussen Amsterdam en Almere. In totaal gaat het om 18.000 nieuwe woningen voor zo’n 45.000 inwoners. Het gebied bestaat uit zeven eilanden. De ontwikkeling vindt gefaseerd plaats en duurt naar schatting zo’n 12 jaar. Het toekomstige hart van de stadsuitbreiding is gepland op het Centrumeiland. Op dit kleinste eiland komt een winkelgebied van circa 20.000 m2, met als voornaamste trekkers drie supermarkten (1500 tot 2000 m2) en een warenhuis. Ook zijn hier diverse bovenwijkse voorzieningen gepland, zoals een zorgcentrum, een medisch centrum, culturele voorzieningen, een hotel, een kerk, een moskee, een jachthaven, een zwembad en een markt. Naast winkels en voorzieningen is er ruimte voor bedrijven (10.000 m2) en kantoren (40.000 m2). Op het eiland worden ook nog 1.530 woningen gebouwd.

Gezien de enorme bouwopgave en de wens om in Nederland aantrekkelijke stedelijke agglomeraties te ontwikkelen die kunnen concurreren met het buitenland is het van groot belang om een substantieel deel van het toekomstige programma in nieuwe centra te concentreren. Een eerste kans doet zich voor in de Zuidplaspolder. Hier is 130.000 m2 gepland voor detailhandel, 55.000 m2 voor onderwijsvoorzieningen, 69.000 m2 voor zorgvoorzieningen en 12.000 m2 voor culturele functies. Door deze functies te concentreren kan hiermee, in combinatie met gestapelde woningen en kantoren een omvangrijk en aantrekkelijk nieuw centrum ontstaan. Maar ook andere grootschalige uitbreidingslocaties lenen zich in principe voor het ontwikkelen van nieuwe centra. Vanzelfsprekend is dit afhankelijk van de lokale omstandigheden zoals het aantal nieuwe inwoners, de marktomstandigheden, de bereikbaarheid en de situering ten opzichte van andere centrumgebieden. Gezien de meerwaarde die nieuwe centra bieden voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling in Nederland is het zinvol om bij elke grootschalige uitbreidingslocatie deze optie te bezien. Dan ontwikkelt Nederland zich niet tot het grootste dorp van Europa , en ontstaan aantrekkelijke stedelijke gebieden die kunnen concurreren met het buitenland.

Artikel in ROM maart 2006 door drs Pieter van der Heijde

PUBLICATIE GEPUBLICEERD IN ROM Deel deze pagina

gerelateerde informatie

Verstedelijking op de tast

De Nederlandse ruimtelijke ordening loopt zich warm voor de volgende verstedelijkingsronde. Het Ministerie van VROM is in gesprek met gemeenten en regio’s over de nieuwe Lees meer

Gouwe Knoop heeft potentie van subcentrum

Bij de inrichting van de Zuidplaspolder en Westergouwe moeten planmakers meer rekening houden met stedelijke accenten. Door allerlei multifunctionele woon-, werk-, welzijns-, onderwijs- en ontspanningsvoorzieningen Lees meer