Ontwikkeling van subcentra in stedelijke netwerken

nieuws

De centrumstedelijke woon- en werkmilieus van de toekomst

Concentratie van stedelijke functies in subcentra biedt aanzienlijke voordelen. Het bevordert een efficiënt ruimtegebruik, remt de mobiliteit en vergroot de kwaliteit en diversiteit van de stedelijke omgeving. In de Nederlandse steden zijn er weinig echte subcentra. Een aantal stadsdeelcentra en vervoersknooppunten hebben echter de potentie zich tot subcentra te ontwikkelen. Voor de concurrentiepositie van stedelijke netwerken in Europa zijn dergelijke centrumstedelijke woon- en werkmilieus van groot belang.

Tot het begin van de vorige eeuw bevond zich in de gemiddelde Nederlandse stad slechts één centrale concentratie aan stedelijke functies in de vorm van winkels, voorzieningen en bedrijven. Het centrum vormde bovendien het centrale vervoersknooppunt van weg- en railinfrastructuur. In de loop van de 20e eeuw heeft het stadscentrum deze monopoliepositie verloren. Door de uitbreiding van de steden ontstonden in de nieuwe woonwijken winkelcentra en scholen. De interstedelijke verbindingswegen werden om de stad heengeleid waardoor veel bedrijven zich aan de stadsranden vestigden. In de uitleggebieden ontstond een scherpe scheiding tussen woon- en werkgebieden. Deze kregen hierdoor vaak een monotoon karakter. Van de ontwikkeling van nieuwe multifunctionele centrummilieus was nauwelijks sprake.

In de komende periode bestaat er een grote vraag naar ruimte. Naast woningen en bedrijventerreinen is er behoefte aan nieuwe locaties voor winkels, voorzieningen, leisure en kantoren. De vraag is waar de toekomstige centrumstedelijke functies bij voorkeur ondergebracht moeten worden. In de binnenstad, verspreid over de stad of geconcentreerd op specifieke locaties? In het stadscentrum zelf is vaak een gebrek aan ruimte. Een spreiding van centrumstedelijke functies over de stad draagt onvoldoende bij aan de ontwikkeling van aantrekkelijke vestigingsmilieus en leidt bovendien tot extra verkeersstromen. Voor de ontwikkeling van krachtige stedelijke netwerken biedt de concentratie van stedelijke functies in subcentra aanzienlijke voordelen. Het bevordert een efficiënt gebruik van de ruimte en remt de toename van de mobiliteit. Zeker als er sprake is van een koppeling met een vervoersknooppunt. Een concentratie van stedelijke functies bevordert het draagvlak voor voorzieningen en creëert centrumstedelijke woon- en werkmilieus waaraan met name in de Randstad grote behoefte bestaat. Bovendien bevorderen subcentra de leefbaarheid en de stedenbouwkundige diversiteit van stedelijke netwerken.

In Nederland bestaan op dit moment nauwelijks echte subcentra. Subcentra zijn dan ook een nieuw begrip in de ruimtelijke ordening, en kunnen gedefinieerd worden als de grootste concentraties aan centrumstedelijke functies na de binnenstad, waarbij sprake is van een multifunctionele invulling en bovenwijkse voorzieningen. Subcentra dienen bij voorkeur gesitueerd te zijn bij een vervoersknooppunt, hebben een grootstedelijke uitstraling en een duidelijk herkenbare identiteit.

Subcentra hebben verschillende schaalniveaus. Een bekend voorbeeld van een groot subcentrum in het buitenland is La Defence in Parijs. Voor Nederlandse begrippen komt met de Zuidas in Amsterdam een grootschalig subcentrum tot stand. Het rijk geeft prioriteit aan de ontwikkeling van dit gebied tot een internationale toplocatie. Ook Amsterdam Arena/Amsterdamse Poort, Rotterdam Alexander, Amstelveen Centrum en Scheveningen Bad vallen binnen de definitie van subcentra. In de Nederlandse steden bevinden zich bovendien veel locaties die de potentie hebben zich tot subcentra te ontwikkelen. Vaak betreft het hier stadsdeelcentra. Deze vormen na het stadscentrum de grootste winkelconcentraties in de stad. Voorbeelden zijn Amsterdam Noord, Rotterdam Zuidplein, Arnhem Kronenburg en In de Bogaard in Rijswijk. Door de grootschalige winkelconcentratie met een bovenwijks verzorgingsniveau vormen deze stadsdeelcentra in potentie een goede basis om uit te groeien tot subcentra. Maar ook vervoersknooppunten (met transferia) zijn hier in bepaalde gevallen geschikt voor (Helsley & Sullivan, 1991).

Subcentra in stedelijke netwerken
De Nota Ruimte zet in op de ontwikkeling van stedelijke netwerken. Dit zijn met elkaar verbonden, maar toch duidelijk van elkaar onderscheiden, grotere en kleinere steden, gescheiden door open ruimten. Voor de stedelijke netwerken is centrumvorming essentieel. In de nota Ruimte is geen onderscheid gemaakt tussen centra en subcentra. Wel is sprake van versterking van bestaande centra en de vorming van nieuwere centra. Voor de ontwikkeling van krachtige stedelijke netwerken zijn subcentra van groot belang. Hiervoor bestaan een aantal redenen. In de eerste plaats dient in een land waar ruimte schaars is zo efficiënt mogelijk omgegaan te worden met de beschikbare ruimte. In de nota Ruimte is becijferd dat er tussen 2010 en 2030 behoefte is aan zo’n 400.000 woningen en 8.000 ha bedrijventerreinen. Daarnaast is er behoefte aan ruimte voor winkels, voorzieningen, leisure en kantoren. Het rijk wil een aanzienlijk deel van deze functies ontwikkelen in bestaand bebouwd gebied. In de afgelopen periode zijn echter al veel beschikbare locaties volgebouwd. Om de gewenste binnenstedelijke productie te halen is stedelijke verdichting noodzakelijk. Subcentra kunnen hierbij een belangrijke rol spelen. Door hoogbouw en multifunctioneel ruimtegebruik kan optimaal gebruik van de ruimte plaatsvinden. Subcentra kunnen daarnaast een belangrijke rol vervullen in de door het rijk geconstateerde behoefte aan centrumstedelijke woonmilieus (21% van de woningbehoefte). In vergelijking met de ons omringende metropolen is hieraan in Nederland een groot tekort. Met de ontwikkeling van subcentra kan aan deze vraag worden voldaan en ontstaat meer diversiteit in de woonmilieus. Maar ook voor de differentiatie van werkmilieus is de ontwikkeling van subcentra van belang. Het multifunctionele karakter vormt een belangrijke aanvulling op het aanbod aan monofunctionele kantorenlocaties langs de snelweg. Het multifunctionele karakter van subcentra leidt bovendien tot synergie. Vooral omdat de gebruikers van de ene functie ook gebruik maken van andere functies. Werknemers van kantoren bezoeken, evenals de bewoners, winkels en horeca. Het draagvlak voor dergelijke functies neemt hierdoor toe waardoor een breder pakket aan voorzieningen ontstaat. Een intensief gebruik van de ruimte in de vorm van (middel)hoogbouw versterkt dit effect. Ook de combinatie van een subcentrum met een vervoersknooppunt levert een belangrijke bijdrage aan een verhoging van de bestedingen. Anderzijds genereert de hoge concentratie aan stedelijke functies het benodigde aantal reizigers voor hoogwaardige openbaarvervoerssystemen.

Versterken internationale concurrentiepositie
Het rijk wil de concurrentiepositie van Nederland versterken. Hierbij dient de Randstad zich positief te onderscheiden van metropolen in omringende landen. Vooral het groene hart is een ‘unique selling-point’. Gezien de omvangrijke bouwopgave is het behoud van dit waardevolle gebied op termijn alleen mogelijk als in de Randstad op grote schaal sprake is van intensief ruimtegebruik. Niet alleen in de centra van steden, maar ook in subcentra.

Bovendien wordt hiermee bereikt dat het stedelijk karakter en de differentiatie van woon- en werkmilieus zich uiteindelijk kunnen meten met die van andere Europese metropolen, en wordt voorkomen dat de Randstad zich ontwikkeld tot het grootste dorp van Europa. Met subcentra verbetert de stedenbouwkundige uitstraling van stedelijke netwerken; er ontstaat meer variatie in de bouwhoogten, zichtlijnen en verkavelingspatronen. De eentonigheid van de gemiddelde uitbreidingswijken wordt hiermee doorbroken. Subcentra zijn ook van groot belang voor de economische ontwikkeling. Om de economie van de Nederlandse stedelijke netwerken te laten groeien is ruimte nodig. Met name voor kantoren, winkels en vermaak wordt deze ruimte vaak in of rond de binnensteden gezocht. Bouwlocaties zijn hier echter schaars en kostbaar. Als gevolg hiervan komt de ontwikkeling van economische functies vaak traag en versnipperd tot stand. De Nederlandse steden missen hierdoor concurrentiekracht. Met de ontwikkeling van subcentra ontstaat de mogelijkheid om economische functies te concentreren en internationaal aansprekende vestigingsmilieus zoals de Zuidas te creëren.

Bovendien vergroten subcentra de leefbaarheid van steden en die van de huidige stadsdeelcentra in het bijzonder. Op dit moment hebben meestal alleen de binnensteden een dynamisch verblijfsklimaat. De omliggende woonwijken en kantorengebieden zijn vaak monotoon en uitgestorven. Zelfs de stadsdeelcentra kenmerken zich in veel gevallen door een gebrek aan vitaliteit en vertier, eentonigheid en onaantrekkelijkheid. Door centrumstedelijke functies toe te voegen neemt de aantrekkingskracht en variëteit toe. Het multifunctionele karakter leidt bovendien tot een toename van sociale controle en veiligheid. Door bevolkingsgroei en congestie zal in de toekomst de druk op de binnensteden toenemen. Subcentra kunnen deze druk reduceren. Wel dient voorkomen te worden dat de economische positie van de binnensteden afzwakt. Dit vraagt een uitgekiende balans in de functieverdeling, waarbij uiteindelijk sprake moet zijn van synergie en complementariteit tussen subcentra en de binnenstad.

Afremmen congestie
Het rijk zet in op de bundeling van verstedelijking en economische activiteiten binnen nationale stedelijke netwerken. Hierdoor wordt optimaal met de schaarse ruimte omgegaan en vindt betere benutting plaats van de investeringen in infrastructuur. Vooral centrumvorming in hoge dichtheid en menging van functies rond verkeers- en vervoersknooppunten is hierbij van belang.

De ontwikkeling van subcentra voorkomt de versnippering van stedelijke functies. Dit leidt tot een vermindering van het aantal verkeersbewegingen en de daarmee samenhangende verkeerscongestie. Priemus, Nijkamp en Dieleman (2000) geven aan dat een concentratie van functies zorgt voor een bundeling van potentiële verkeersstromen waarbij efficiënte verkeerssystemen kunnen worden toegepast. Vooral een koppeling tussen subcentra en vervoersknopen maakt een optimale afwikkeling van verkeersstromen mogelijk.

Ook het multifunctionele karakter van subcentra leidt tot afremming van de congestie. Door de concentratie van woningen, werkplekken en voorzieningen kan een deel van de bewoners op de fiets of lopend naar zijn werk of gebruik maken van de hier gesitueerde voorzieningen.

Ontwikkeling van (nieuwe) subcentra
Subcentra in Nederland zijn ontstaan door stedelijke planning of door de aansluiting van omliggende kernen als gevolg van stedelijke uitbreiding. In het geval van stedelijke planning was in het derde kwart van de 20e eeuw sprake van de ontwikkeling van grootschalige uitbreidingswijken. Voor de verzorging van de bewoners kwamen hier, op basis van het model van Christaller, buurt-, wijk- en stadsdeelcentra tot stand. Een aantal van deze winkelcentra had een verzorgingsfunctie op stadsdeelniveau. Voorbeelden zijn Rotterdam Alexander en Arnhem Kronenburg. Een aantal van deze grootschalige winkelcentra breidden zich in de loop van de tijd uit met andere functies waardoor een multifunctioneel centrumstedelijk gebied ontstond.
De tweede categorie subcentra ontstond door stadsuitbreidingen tot aan de bebouwde kom van omliggende kernen. Het resultaat waren aaneengesloten stedelijke gebieden. Het draagvlak van de centra van deze omliggende kernen nam hierdoor toe waardoor uitbreiding van de centrumstedelijke functies mogelijk was. Voorbeelden van dergelijke subcentra zijn het centrum van Nieuwegein en In de Bogaard in Rijswijk.

De vorming van nieuwe subcentra kan tot stand komen door ontwikkeling van omvangrijke centrumstedelijke milieus in uitbreidingsgebieden. Door het grootschalige karakter lenen vooral de VINEX-locaties zich voor een dergelijke ontwikkeling. Een goed voorbeeld is de ontwikkeling van Leidsche Rijn Centrum met een mix aan centrumstedelijke functies zoals woningen, kantoren, winkels, cultuur en leisure. Ook toekomstige grootschalige uitbreidingslocaties kunnen zich lenen voor inpassing van dergelijke centrumstedelijke concentraties. Bij voorkeur vinden deze ontwikkelingen plaats rond vervoersknooppunten.

Naast de ontwikkeling van subcentra in uitleggebieden kunnen een aantal van de huidige stadsdeelcentra uitgebouwd worden tot subcentra. De meeste van deze stadsdeelcentra zijn nu niet meer dan een bovenwijks winkelcentrum met enige daghoreca en enkele voorzieningen. Kantoren, leisure en centrumstedelijk wonen zijn nauwelijks aanwezig. Stadsdeelcentra hebben een groot verzorgingsgebied. Deze positie biedt mogelijkheden om te gaan functioneren als stadsdeelhart. Het schaalniveau van deze subcentra is afhankelijk van de situering en lokale marktomstandigheden.
Bij de ontwikkeling van subcentra is het van belang dat er een visie en ontwikkelingsrichting aan ten grondslag ligt. Er dient sprake te zijn van een ‘unieke’ grootschalige stedenbouwkundige uitstraling en een aantrekkelijk en onderscheidend aanbod aan centrumstedelijke functies, waarbij complementariteit ontstaat met het stadscentrum. De omvang van een subcentrum dient afgestemd te zijn op de situering en bereikbaarheid alsmede de reikwijdte van de geplande functies.

Tot slot
In Nederland bestaat een omvangrijke ruimtebehoefte aan woningen en bedrijfshuisvesting. Het risico bestaat dat er binnen de stedelijke netwerken een aaneengesloten en monotoon stedelijk gebied ontstaat van woonwijken en bedrijventerreinen. Subcentra kunnen dit monotone karakter doorbreken en zorgen voor variëteit in de vormgeving en functionele opbouw van steden. Door middel van intensief ruimtegebruik in de vorm van (middel)hoogbouw vindt binnen deze centra efficiënt gebruik van de ruimte plaats waardoor groengebieden gespaard kunnen blijven. Bovendien ontstaan zo nieuwe centrumstedelijke vormen van woon- en werkmilieus die zich onderscheiden van de omliggende uitbreidingswijken.
De multifunctionele concentratie van centrumstedelijke functies remt de mobiliteit en vergroot het draagvlak en de kwaliteit van het openbaar vervoer en andere voorzieningen. Door het brede aanbod aan winkels, onderwijs, zorgvoorzieningen en leisure kunnen hier levendige ontmoetingsplaatsen ontstaan met een eigen identiteit. Met de ontwikkeling van subcentra zal de toekomstige kwaliteit en concurrentiekracht van de Nederlandse stedelijke netwerken binnen Europa sterk verbeteren.

Met dank voor de ondersteuning aan drs. Roy Reubsaet en drs. Eric Hoppenbrouwer.

Artikel in Building Business door drs. Pieter van der Heijde

PUBLICATIE GEPUBLICEERD IN Building Business Deel deze pagina

gerelateerde informatie

Verstedelijking op de tast

De Nederlandse ruimtelijke ordening loopt zich warm voor de volgende verstedelijkingsronde. Het Ministerie van VROM is in gesprek met gemeenten en regio’s over de nieuwe Lees meer