Winkelleegstand treft vooral steden in de periferie

nieuws

Winkelleegstand heeft consequenties voor de vitaliteit en leefbaarheid van centrumgebieden in heel Nederland maar kent grote lokale variaties. De leegstand is in de periode 2008-2013 vooral gegroeid in middelgrote steden. In de periferie van Nederland worden vooral de stedelijke kernen getroffen, meer dan de rurale en suburbane gebieden. Binnen de Randstad worden juist rurale gebieden relatief harder getroffen.

Winkelleegstand is een fenomeen dat de gemoederen flink bezighoudt. Aan de opinietafels wordt de vrees geuit dat de winkelmarkt hierin de kantorenmarkt achterna gaat. De combinatie van de vlucht van e-commerce, de bestedingsval als gevolg van de crisis en demografische veranderingen als vergrijzing (en hier en daar zelfs krimp) geven voeding aan deze gedachte. In combinatie met de sterke groei aan vierkante meters in het laatste decennium en de terughoudendheid van de eigenaren tot huurprijsverlaging zou dit leiden tot een giftige en ook nog eens besmettelijke cocktail.

Maar als het succes van een winkel decennialang is afgemeten aan de kwaliteit van de locatie, kent leegstand dan ook niet een niet een sterk lokaal karakter? Ja, dat is geen rocket science: waar vraag en aanbod het meest in onbalans zijn, daar is ook de leegstand het grootst. In een omvattende studie naar de oorzaak van verschillen in leegstand tussen type winkelgebieden signaleert Bureau Stedelijke Planning grote discrepanties.

Tabel 1 Variaties in winkelleegstand naar ligging in Nederland en ligging binnen het stadsgewest
D&L 9.1Bron: Locatus Verkooppunten Verkenner 2013, bewerking Bureau Stedelijke Planning, indeling Nederland volgens CBS

Dat de perifere delen van Nederland het zwaarst getroffen worden is geen verrassing. Hier is immers vergrijzing en soms ook krimp al gemeengoed, en juist hier is de groei van het winkelaanbod in de laatste 10 jaar stevig geweest. Maar hoe komt het dat het in de periferie vooral de kernsteden zijn (denk aan Leeuwarden of Heerlen) die de klappen moeten incasseren, en waarom niet de suburbane of meer landelijke gebieden? Heeft dat met de bouwwoede te maken, die zich vooral in de kernsteden afspeelde? En geldt dat dan niet voor de Randstad?

Op deze vragen gaat Bureau Stedelijke Planning de komende weken het antwoord vinden. Het blijft niet alleen bij een analyse van lokale en regionale verschillen in leegstand en de oorzaken daarvan. We zetten ook de stap naar hoe de bepalende factoren kunnen bijdragen aan een effectieve aanpak van de winkelleegstand. Wij houden u op de hoogte. De eerstvolgende mogelijkheid om u te mengen in de discussie is al snel, op het symposium ‘Effectieve aanpak winkelleegstand’, dat Bureau Stedelijke Planning op 17 april a.s. in Rotterdam in samenwerking met Kuiper Compagnons organiseert.

Voor meer informatie:
Toine Hooft, adjunct directeur, th@stedplan.nl of 020 – 6254267

PUBLICATIE CONTACTPERSOON drs. Toine Hooft th@stedplan.nl
+31 (0)6 22993549

Drs. Toine Hooft (1967) is managing consultant Leisure bij Bureau Stedelijke Planning. Hij is bedrijfseconoom en heeft ruim 20 jaar ervaring binnen het vakgebied.
Deel deze pagina

gerelateerde informatie

Urban leisure in facts & figures

Wat is urban leisure en wat heb je eraan als stad? Van de Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM) verscheen het uitgebreide Leisuremarktonderzoek. De meest relevante Lees meer

De ene krimp is de andere niet

Krimpproblematiek staat stevig op de agenda. Daarbij wordt vaak gerefereerd naar de ‘bekende’ krimpregio’s als Parkstad Limburg en Noordoost-Groningen. Lokale politici zijn doordrongen van het Lees meer