Column Big boxes, big problems

nieuws

‘Eén op de drie fysieke winkels sluit binnen vier jaar de deuren’: tegenwoordig een welbekend doemscenario voor de detailhandel. Dit roept meteen beelden op van halflege winkelstraten waar vroeger nog die leuke zelfstandige winkeliers zaten. Waar we echter minder snel aan denken, zijn de winkelgebieden aan de rand van de stad waar we letterlijk en figuurlijk meestal snel aan voorbij rijden: woonboulevards.

Het zijn er veel, ze lijken op elkaar, ze hebben het economisch tij niet mee en de leegstand loopt op. Hier gaat het echter niet om een paar leegstaande meters, maar meteen om duizenden tegelijk. Is een opleving van de economie voldoende om het tij te keren?

Lastig in te vullen leegstand
Door de economische crisis is het al heel wat jaren geleden dat de woonbranche als geheel een positieve omzetontwikkeling liet zien. Sinds 2006 is het met de omzetten bergafwaarts gegaan, met de grootste daling in 2009. Ook na 2006 is de bouw van nieuwe winkelmeters aan de randen van de stad vrolijk doorgegaan. Nergens heeft zo’n grote groei van detailhandelsmeters plaatsgevonden als juist hier. Het gevolg: een flinke daling van de gemiddelde omzet per vierkante meter en uiteindelijk leegstand. Leegstand die zich deels aan het oog onttrekt, omdat de leegstand zich voor een deel bevindt op verdiepingen of ruimtes die nu als opslag worden gebruikt. Leegstand die zich (nog) moeilijker laat vullen dan binnen de bebouwde kom. Te meer omdat het Nederlandse detailhandelsbeleid vaak geen andere branches of functies toelaat dan woninginrichting.

Houdbaarheidsdatum in zicht
De verwachting is dat een opleving van de economie niet voldoende is om het tij in de woonbranche te keren. Overaanbod blijft en daarnaast is de vraag wat de houdbaarheid van het concept woonboulevard is. Het is een publiek geheim dat van de huidige circa 120 woonclusters maar een fractie goed functioneert. De meeste woonboulevards lijken op elkaar met overal dezelfde Carpetright, Leen Bakker en Kwantum. Daarnaast is er behalve winkelen vaak weinig te beleven. Het aantal woonconcentraties waar winkelen een gezellig dagje uit is, is op één hand te tellen. Slechts een paar concentraties en winkels (bv. Woonmall Alexandrium, IKEA, Loods 5) verdienen dit etiket. Daarnaast neemt de concurrentie van andere vrije tijdsbestedingen en van andere type winkelgebieden toe. Waar vroeger op feestdagen alleen woonboulevards open waren, kunnen dagjesmensen nu op deze dagen steeds vaker in de – meer sfeervolle – binnensteden terecht.

Online woonwinkelen
Anders dan in de meeste andere branches staat internetwinkelen in de woonbranche nog in de kinderschoenen. Het is een van de branches waar consumenten online het minst besteden. In landen zoals de VS laten nieuwe online woonconcepten (bv. www.wayfair.com) zien dat de woonuitgaven via internet flink kunnen groeien. Het is dus niet de vraag of internetwinkelen ooit een grote rol van betekenis gaat spelen in de woonbranche, maar wanneer. Het verschil met andere branches is dat de fysieke component in de woonbranche relatief belangrijk blijft. Multi- en crosschannelconcepten zijn dus de toekomst voor de woonboulevard. Zo wordt voldaan aan de wens van de consument om zich online te oriënteren, de meubels vervolgens te zien en te proberen en vervolgens (off- of online) aan te schaffen.

Minder woonboulevards, maar meer variatie
Het is duidelijk tijd voor een frisse wind op de Nederlandse woonboulevards. Ondanks de huidige problematiek zijn de uitgangspunten voor de toekomst van diverse woonboulevards positief. Hierbij speelt het blijvende belang van fysieke aanwezigheid een belangrijke rol. Daarnaast zijn veel woonboulevards – meer dan de meeste andere Nederlandse winkelgebieden – vaak goed bereikbaar, hebben ruime (gratis) parkeermogelijkheden, liggen op zichtlocaties en kennen grote en relatief goedkope winkelunits. Woonboulevards die niet aan deze kwaliteiten voldoen, delven waarschijnlijk het onderspit.

Brancheverruiming en het toevoegen van (leisure)functies is vooral voor de grotere en relatief succesvolle woonboulevards een uitkomst. Voor de kleinere woonconcentraties liggen de kansen in de combinatie van fysiek en online winkelen en nicheconcepten. Het functioneel en overzichtelijk presenteren van het assortiment op internet geeft de kans om de fysieke winkel meer als speeltuin te gebruiken, met het accent op beleving en productpresentatie. Hopelijk leidt dit tot de noodzakelijke variatie op en tussen woonboulevards, al zijn dit er in de toekomst aanzienlijk minder dan nu.

Auteur: Saskia Koene
Contactpersoon Bureau Stedelijke Planning: Aart Jan van Duren (ajvd@stedplan.nl, 06-53124683)

PUBLICATIE Deel deze pagina

gerelateerde informatie

Column Does size matter?

2012 is nauwelijks begonnen en de specialisten in retailvastgoed buitelen al weer over elkaar heen: de winkelleegstand zal mythische proporties gaan aannemen, door de combinatie Lees meer