Column Does size matter?

nieuws

2012 is nauwelijks begonnen en de specialisten in retailvastgoed buitelen al weer over elkaar heen: de winkelleegstand zal mythische proporties gaan aannemen, door de combinatie van de diepe en aanhoudende recessie en de structurele effecten van internet, zeggen sommigen. Binnen 4 jaar zal 1 op de 3 winkels zijn deuren moeten sluiten, heeft Cor Molenaar, hoogleraar e-marketing aan de Rotterdamse Erasmus Universiteit zich op Nu.nl laten ontvallen. De gevolgen van zo’n uitspraak, die digitaal op honderden websites en webfora blijft resoneren, laten zich raden. Bij lokale bestuurders, vastgoedeigenaren en het midden- en kleinbedrijf neemt acuut de huiver toe. Zal het echt zo’n vaart lopen? Wat betekent dit voor mijn centrumgebied? Komen er nog voldoende klanten in mijn winkelstraat? Komen die om te kopen of blijft het bij kijken? En wordt de aankoop online gedaan in een van de 115 webshops van CoolBlue bijvoorbeeld? Thuis, of …the horror!…, in mijn eigen winkel, via de smartphone?

Nee, haasten anderen zich te zeggen. Zo’n vaart zal het niet lopen. In sommige branches misschien, en het obligate wijzen naar de reisbureaus en de videotheken steekt weer de kop op. Nee, niet in de A1-winkelgebieden, alleen in de B- en C-milieus. Nee, niet in de stads- en wijkcentra, hooguit in de meubelboulevards en de retailparken aan de rand van de stad. Er gaat iets bezwerend van uit. Als we het maar vaak genoeg zeggen, dan valt het misschien wel mee, zoiets…

Einde van de grote ontwikkelingsprojecten
Ondertussen zien we nog iets anders. De tijd van de grote ontwikkelingsprojecten lijkt zijn einde te naderen. De VINEX-operatie, katapult van vele retailontwikkelingen, is nagenoeg afgerond. Het heeft ons nieuwe wijkcentra als Vleuterweide in Utrecht en Kloosterveste in Assen opgeleverd, centra die meer beogen te zijn dan alleen “places to buy”, maar ook als “places to be” fungeren voor de inwoners van deze nieuwbouwwijken. Ook de pijplijn aan grote binnenstedelijke herontwikkelingsprojecten droogt langzaam op. City Plaza in Nieuwegein, Hoog-Catharijne in Utrecht, Nijmegen Plein 1944, projecten waaraan nu gebouwd wordt, het zijn projecten waarvan besluitvorming en financiering plaatsvonden voor het uitbreken van de crisis. Ze vormen het voorlopige sluitstuk van een omvangrijke operatie die de Nederlandse binnensteden de afgelopen 10 jaar een stuk robuuster hebben gemaakt tegen de huidige ontwikkelingen.

Binnensteden als creatieve broedplaats
De beste en grootste binnensteden van Nederland zijn al sinds jaar en dag meer dan alleen plaatsen waar je je geld aan winkelen kunt stukslaan, het zijn plaatsen van beleving, plaatsen waar je graag bent. Ook als je niet primair komt om te winkelen. De combinatie van musea, theaters en horeca, het stadsschoon, de evenementen, maar vooral de aanwezigheid van een bonte verzameling van uiteenlopende mensen die daar zijn met meer dan alleen het bezoekmotief winkelen, maken de binnenstad tot een creatieve broedplaats. Een broedplaats van nieuwe ideeën, nieuwe concepten en nieuwe formules. Zullen ook die binnensteden, die al eeuwenlang perioden van voorspoed en van verval aan zich voorbij hebben zien trekken, te maken krijgen met uitval van winkels? Het is moeilijk voor te stellen, maar ondenkbaar is het niet.

Van zwerfzone naar URL
Verplaats je immers eens in een jonge ondernemer die (doe eens gek) hippe gebreide eiwarmers aan de man wil brengen. Wat was voor de opkomst van internet de meest logische locatie van zo’n winkel? Juist, in de zwerfzones van de grote binnensteden, de Jordaan in Amsterdam of het Laurenskwartier in Rotterdam. Daar had zo’n ondernemer baat bij de combinatie van de enorme attractie die de binnenstad uitoefende op de consument en een goedkoop plekje in de luwte van die mensenstroom, bij voorkeur in de directe nabijheid van verwante, eveneens extreem gespecialiseerde ondernemers.

Vergelijk dat eens met de huidige situatie. Met een URL-adres kun je in theorie de hele wereld bereiken, ongeacht je vestigingsplaats. Je kunt je nering succesvol starten vanuit een boerderij in de Noordoostpolder, sterker: je kunt het daar als web-ondernemer ook bij succes lang volhouden. “The death of distance”, een term die in al in 1997 gemunt werd, lijkt definitief zijn beslag te krijgen met de definitieve doorbraak van mobiel internet: waarom je nog fixeren op een locatie, als je virtueel altijd en overal bereikbaar kunt zijn?

Als dat voor de ondernemer al geldt, waarom dan ook niet voor de consument. Waarom winkelen we dan nog in fysieke zin, als we alles vanuit de luie stoel, of onderweg naar kantoor, of langs de lijn op het voetbalveld kunnen bestellen? Bij een veertiger kun je nog zeggen dat het de macht van de gewoonte is, maar waarom zouden onze kinderen, of de kinderen van onze kinderen dat nog doen?

Kunnen winkels zonder de stad?
Het antwoord oogt naïef: omdat winkelen meer is dan de transactie van goederen van detaillist naar consument, omdat in winkels meer dan alleen dozen worden geschoven, omdat winkelen meer is dan het bevredigen van materiële behoeften. Winkels zijn onderdeel van onze stedelijke cultuur. Steden kunnen niet zonder winkels, maar – althans zo lijkt het – winkels kunnen steeds gemakkelijker zonder de stad. Toch is dat maar schijn. Oude ideeën kunnen in nieuwe gebouwen gehuisvest zijn, maar nieuwe ideeën hebben vaak oude gebouwen nodig. Met andere woorden: de grootste en meest aantrekkelijke steden zullen altijd talentvolle ondernemers en ondernemingen aantrekken, die op hun beurt weer gelijkgestemden aantrekken. Dit zijn de steden die zichzelf steeds opnieuw weten uit te vinden en het is ook hier waar de detailhandel zich continu weet te vernieuwen.

Vooral daar waar winkels slechts de functie hebben van dozenschuivers, daar bevinden zich de kwetsbare winkelgebieden. Zielloze winkelgebieden waar functionaliteit voorop staat, waar niet het verblijven en de beleving centraal staat, maar waar aanwezigheid zonder kopen hetzelfde is als droogzwemmen, dat zijn de kwetsbare winkelgebieden. Want het monopolie op functionaliteit is definitief overgenomen door e-commerce, en behoort niet langer toe aan de grote winkelgebieden met de “big boxes” aan de rand van de stad.

Size doesn’t matter, it’s how you use it
Size matters, dat is een feit. Grote steden zullen het gemakkelijker hebben dan kleine steden en grote, historische binnensteden zijn beter af dan grote “out-of-town shopping malls”. Wel zullen door de druk op marges de winkels er eerder kleiner worden dan groter, vanwege het steeds meer customizen van het winkelassortiment, de blijvend hoge huurlasten in de binnensteden en de mogelijkheden die omni-channeling biedt. In deze winkelgebieden zullen kleinere, soms zelfs tijdelijke winkels de toon gaan zetten. Size doesn’t matter, it’s how you use it. Dat zou als het om winkelen gaat wel eens dichter bij waarheid kunnen liggen dan de aloude wijsheid waarnaar in de titel wordt verwezen.

Aart Jan van Duren

PUBLICATIE CONTACTPERSOON dr. Aart Jan van Duren ajvd@stedplan.nl
+31 (0)6 53124683

Dr. Aart Jan van Duren (1965) is managing consultant Detailhandel bij Bureau Stedelijke Planning. Hij is economisch geograaf en heeft ruim 20 jaar ervaring als onderzoeker en adviseur op het gebied van detailhandel.
Deel deze pagina

gerelateerde informatie

Column Big boxes, big problems

‘Eén op de drie fysieke winkels sluit binnen vier jaar de deuren’: tegenwoordig een welbekend doemscenario voor de detailhandel. Dit roept meteen beelden op van Lees meer