De Europese Dienstenrichtenlijn: welke beleidsvoering is nog mogelijk?

vakkennis

Dienstenrichtlijn

De Europese Dienstenrichtlijn maakt vestigingsbeperkingen in bestemmingsplannen niet onmogelijk, maar dwingt tot een steviger en op lokale omstandigheden gebaseerde onderbouwing. Niet alleen voor detailhandel, maar ook voor horeca en leisurevoorzieningen. Met name de noodzakelijkheid en evenredigheid van regulerende maatregelen moeten worden aangetoond en onderbouwd. Hoe kan dit het beste worden aangepakt?

Het Nederlandse Detailhandelsvestigingsbeleid heeft bijgedragen aan een gezonde winkelstructuur, met sterke en aantrekkelijke centrumgebieden en een relatief lage leegstand. Dat is een fijn uitgangspunt nu de dynamiek van onder meer e-commerce en een sterk veranderende consumentenvraag vraagt om vernieuwing van de fysieke winkelmeters. Het loslaten van deze beleidsvoering is dan ook niet wenselijk; niet voor overheden, maar evenmin voor ondernemers, eigenaren en consumenten. Het is daarom van belang om te bekijken welke beleidsvoering nog wel mogelijk is en hoe die te onderbouwen.

de vereisten van de dienstenrichtlijn

De essentie van de Dienstenrichtlijn is vrije vestiging van Diensten. Vestigingsbeperkingen zijn niet uitgesloten, maar moeten wel voldoen aan een aantal voorwaarden of vereisten. Daarbij zijn vooral artikel 14 en 15 van de Dienstenrichtlijn van belang.

  • In artikel 14, vijfde lid, is het verbod opgenomen dat met beperkingen uitsluitend economische doelen worden nagestreefd. Een combinatie met ruimtelijke motieven is vereist.
  • Artikel 15, derde lid Dienstenrichtlijn, geeft de voorwaarden weer waaraan eventuele beperkingen moeten voldoen:

discriminatieverbod: de eisen maken geen direct of indirect onderscheid naar nationaliteit of, voor vennootschappen, de plaats van hun statutaire zetel;

noodzakelijkheid: de eisen zijn gerechtvaardigd om een dwingende reden van algemeen belang;

evenredigheid: de eisen moeten geschikt zijn om het nagestreefde doel te bereiken; zij gaan niet verder dan nodig is om dat doel te bereiken en dat doel kan niet met andere, minder beperkende maatregelen worden bereikt.’

Regulerende maatregelen rondom detailhandelsvestigingen moeten dus aan deze voorwaarden voldoen. Daarbij moeten met name de noodzakelijkheid en de evenredigheid van de maatregelen voor elke specifieke situatie worden aangetoond en onderbouwd en de maatregelen mogen geen discriminerende bepalingen bevatten.

de nieuwe ruimtelijke voorschriften

Voorafgaand aan de toets van noodzakelijkheid en evenredigheid die de Dienstenrichtlijn vereist, is het goed om de verzorgingsstructuur te beschrijven, de ontwikkelingen daarin weer te geven en alle beleidskaders en maatregelen in beeld te brengen. Vestigingsmaatregelen vereisen een onderbouwing van de noodzakelijkheid ervan. Bijvoorbeeld door de vergelijking te maken met centrumgebieden of vestigingsplaatsen die in eenzelfde (grootte-)categorie zitten.

Bij het toetsen van de evenredigheid van de beleidsvoering zijn meerdere aspecten aan de orde:

  • de maatregelen moeten geschikt zijn om het beoogde doel te bereiken. Voor de onderbouwing van de effectiviteit van maatregelen zijn gegevens over koopstromen, passantenstromen, leegstand(srisico’s) of huurontwikkeling te gebruiken. De onderbouwing kan opgebouwd worden door eerst in algemene zin de effectiviteit ervan in beeld te brengen (bijvoorbeeld op basis van landelijke onderzoeken) en daarna de vraag te beantwoorden of een dergelijke situatie ook lokaal van toepassing is.
  • er moet een consistente en systematische beleidsvoering zijn. De beoogde doelen moeten ook langs andere beleidslijnen worden nagestreefd en beleidsmaatregelen moeten consistent worden toegepast.
  • de maatregelen moeten niet verder gaan dan nodig en er moeten geen andere (minder beperkende) maatregelen zijn om het beoogde doel te bereiken. Hierbij is van belang om aan te geven welke andere maatregelen ook al aan de orde zijn ten behoeve van de doelstelling (een sterk en aantrekkelijk centrumgebied). Daarbij kan het gaan om parkeerbeleid, verkeersmaatregelen, fysieke ingrepen of marketingactiviteiten. De vraag is vervolgens of dergelijke maatregelen op zich voldoende zouden zijn om eenzelfde effect te bereiken.
Handreiking Dienstenrichtlijn en ruimtelijke ordening

Wat zijn de gevolgen van de Dienstenrichtlijn voor uw praktijk? De leidraad ‘Hoe om te gaan met de Dienstenrichtlijn in ruimtelijk detailhandelsbeleid?’ werd gelanceerd op 10 oktober 2019. De leidraad is een coproductie van Bureau Stedelijke Planning, Rho adviseurs en Locatus in opdracht van de Retailagenda in samenwerking met de ministeries van Binnenlandse Zaken en Economische Zaken en Klimaat, het IPO en de VNG. De publicatie bevat een overzicht van maatregelen die waarschijnlijk wel en waarschijnlijk niet te onderbouwen zijn. Het beeld van de mogelijkheden voor onderbouwing en beleidsvoering wordt ongetwijfeld de komende jaren verder aangescherpt.

Vragen over de gevolgen van de Dienstenrichtlijn voor uw praktijk?

Neem contact op met Toine Hooft via th@stedplan.nl of 020-6254267.

MEER INFORMATIE drs. Toine Hooft th@stedplan.nl
+31 (0)6 22993549

Drs. Toine Hooft (1967) is managing consultant Leisure bij Bureau Stedelijke Planning. Hij is bedrijfseconoom en heeft ruim 20 jaar ervaring binnen het vakgebied.
Deel deze pagina

gerelateerde informatie