Leidraad Dienstenrichtlijn in ruimtelijk detailhandelsbeleid

vakkennis

Dienstenrichtlijn

Wat zijn de gevolgen van de Dienstenrichtlijn voor uw praktijk? De leidraad ‘Hoe om te gaan met de Dienstenrichtlijn in ruimtelijk detailhandelsbeleid?’ werd gelanceerd op 10 oktober 2019. De leidraad is een coproductie van Bureau Stedelijke Planning, Rho adviseurs en Locatus in opdracht van de Retailagenda in samenwerking met de ministeries van Binnenlandse Zaken en Economische Zaken en Klimaat, het IPO en de VNG.  Eerder werkten de drie bureaus samen voor de ‘Nadere motivering branchebeperking bestemmingsplan Stad Appingedam’. Vooruitlopend op de leidraad is in juni 2019 al de publicatie ‘Risico-inventarisatie Dienstenrichtlijn‘ verschenen.

Detailhandelsvestigingsbeleid in Nederland

Nederland kent al sinds 1973 een detailhandelsvestigingsbeleid. Op basis van planologische en economische argumenten formuleerde de Rijksoverheid destijds regels om de vestiging van winkels buiten bestaande centrumgebieden zoveel mogelijk tegen te gaan. In het beleid voor perifere detailhandel – het zogenoemde PDV-beleid – werd vastgelegd dat alleen branches met een complementaire functie ten opzichte van de bestaande centrumgebieden zich daarbuiten mochten vestigen. In 2004 werd het Rijksbeleid voor detailhandelsvestiging gedecentraliseerd naar provincies en gemeenten. De provincies hebben vervolgens via het Interprovinciaal Overleg IPO een aantal richtlijnen vastgelegd die merendeels een voortzetting inhielden van het voormalige Rijksbeleid. Deze IPO-richtlijnen zijn door de provincies vertaald naar een detailhandelsvestigingsbeleid voor het eigen grondgebied. Tegen deze achtergrond van een historisch ontwikkeld, decennia bestaand en overwegend breed gedragen regulering van detailhandelsvestigingen zijn ook de gemeenten gewend om in hun planologische documenten vestigingseisen te formuleren. Die hebben er mede aan bijgedragen dat Nederland – bijvoorbeeld in vergelijking met het minder gereguleerde België – sterkere centrumgebieden heeft en een lagere winkelleegstand.
De argumentatie van gemeenten voor de vestigingseisen met betrekking tot detailhandel is meestal de in algemene termen geformuleerde “bescherming van de bestaande winkelstructuren, het behoud van de aantrekkelijkheid van centrumgebieden en het voorkomen van leegstand”. De casus Appingedam heeft nu echter duidelijk gemaakt dat dat niet meer voldoende is.

Impact van ‘Appingedam’ en de Europese Dienstenrichtlijn

Met het arrest van het Europese Hof van Justitie van 30 januari 2018 en de vervolguitspraak van de Raad van State in de zaak Visser Vastgoed in Appingedam van 20 juni 2018 is vast komen te staan dat de Dienstenrichtlijn van toepassing is op bestemmingsplannen die detailhandel reguleren. In de zaak Appingedam gaat het over het al dan niet (kunnen/mogen) weren van reguliere (‘normale’) detailhandel (in dit specifieke geval Bristol) van het Woonplein te Appingedam in het licht van de Dienstenrichtlijn. Bureau Stedelijke Planning heeft de gemeente bijgestaan, die geen reguliere (‘normale’) detailhandel op het Woonplein wenst toe te staan.

Op 24 juli 2019 is de einduitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in de zaak Visser Vastgoed gepubliceerd. Daardoor is een beter beeld ontstaan van de impact van ‘Appingedam’ en de wijze waarop provincies en gemeenten daar nu mee om (moeten) gaan. Gemeente Appingedam mag reguliere detailhandel weren van het Woonplein aan de rand van de stad. In de uitspraak oordeelt de Afdeling dat de gemeente aannemelijk heeft gemaakt dat de brancheringsregels effectief zijn voor de situatie in Appingedam, en niet verder gaan dan nodig is om te voorkomen dat het stadscentrum minder leefbaar wordt door toenemende leegstand.

Dienstenrichtlijn-proof brancheren

Op dinsdag 3 september 2019 organiseerde Bureau Stedelijke Planning samen met Stibbe het seminar ‘Regulering van detailhandel onder de Dienstenrichtlijn’. We maakten de balans op: hoe maak je Dienstenrichtlijn-bestendige brancheringsregels? Dagvoorzitter Pieter van der Heijde (algemeen directeur Bureau Stedelijke Planning) en experts Jan van Oosten (advocaat bij Stibbe) en Toine Hooft (Principal Consultant Detailhandel bij Bureau Stedelijke Planning) bespraken recente jurisprudentie over de Dienstenrichtlijn, de consequenties van Appingedam voor gemeentelijk beleid en presenteerden een stappenplan voor Dienstenrichtlijn-proof brancheren. U kunt de presentaties van deze ochtend hier downloaden:
Jan van Oosten – Dienstenrichtlijn en brancheringsbepalingen

Toine Hooft – Omgaan met de Dienstenrichtlijn in ruimtelijk detailhandelsbeleid

Vragen over de gevolgen van de Dienstenrichtlijn voor uw praktijk?

Neem contact op met Toine Hooft via th@stedplan.nl of 020-6254267.

MEER INFORMATIE drs. Toine Hooft th@stedplan.nl
+31 (0)6 22993549

Drs. Toine Hooft (1967) is managing consultant Leisure bij Bureau Stedelijke Planning. Hij is bedrijfseconoom en heeft ruim 20 jaar ervaring binnen het vakgebied.
Deel deze pagina

gerelateerde informatie