Oplossing verouderde parken en betaalbare huisvesting: permanent wonen op recreatieparken

vakkennis

Recreatiepark

Nederland kent veel verouderde recreatieparken. Een deel van de recreatieparken heeft geen toekomst meer als recreatiepark en wordt meestal ook niet meer toeristisch gebruikt. Kwetsbare groepen, pas gescheiden mensen en arbeidsmigranten zijn de nieuwe bewoners geworden. Transformatie van deze parken is nodig om verder afglijden te voorkomen. Tegelijkertijd is er in Nederland een grote behoefte aan betaalbaar wonen. De groepen die nu op een recreatiepark wonen, zoeken vaak op korte termijn een woning. Door de lange wachttijden kunnen zo vaak nergens anders terecht, ook niet in de corporatiehuur. Daarnaast heeft een deel van deze groep te maken met schuldenproblematiek, waardoor zij uit hun vorige (corporatie)huurwoning zijn gezet.

Het creëren en faciliteren van betaalbare en goede huisvesting op recreatieparken helpt bij de behoefte aan betaalbare wonen en het transformeren van verouderde vakantieparken. Betaalbare huisvesting op verouderde vakantieparken voorziet in een maatschappelijke behoefte en het zorgt ervoor dat de recreatiewoningensector sterker wordt doordat oudere parken uit de markt worden genomen. Door betaalbaar wonen op deze parken te faciliteren, kunnen verdere verloedering en ongewenste situaties voorkomen worden. Denk bijvoorbeeld aan het extreme voorbeeld van Fort Oranje in Rijsbergen. Onlangs ging de gemeente hier over tot ontruiming. Mede omdat veel van de bewoners het gevoel hebben nergens anders heen te kunnen procedeert een deel van hen nu door tot de Raad van State.

Dit paper gaat in op de situatie rond Nederlandse vakantieparken en de problemen waar een deel hiervan mee te kampen heeft. Vervolgens worden mede aan de hand van referenties oplossingen aangedragen voor 1) het revitaliseren van vakantieparken door het toestaan en faciliteren van permanente bewoning en 2) het bieden van een goede en betaalbare oplossing voor de huidige permanente bewoners van recreatieparken en andere groepen die een betaalbare sociale huurwoning zoeken.

Nederlandse recreatieparken in beeld

Met ruim 1.500 recreatieparken kent Nederland één van de hoogste recreatieparkdichtheden ter wereld[1]. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat het Nederlandse ruimtelijke ordeningsbeleid sterk is gericht op clustering van recreatiewoningen, er zijn dan ook relatief weinig solitaire recreatiewoningen in Nederland. 88% van het aantal recreatieparken is een park met minder dan 200 recreatiewoningen. Het gaat hierbij vaak niet om grootschalige parken voor de verhuur, maar kleine groepjes woningen zonder voorzieningen en met verschillende particuliere eigenaren.

De meeste recreatiewoningen zijn gebouwd voor 1990. Rond 1960 werden de eerste grootschalige recreatieparken gerealiseerd in Nederland. Vooral in de jaren ’70, ’80 is er flink gebouwd. In de samenstelling naar bouwperiode is duidelijk te zien dat het ontwikkelen van recreatiewoningen een grote vlucht heeft genomen vanaf de jaren zeventig. Slechts 7% van het aantal recreatiewoningen in Nederland is voor 1960 gebouwd. In de jaren ‘90 zijn veel grootschalige parken uitgebreid en gerenoveerd door de sloop van oude woningen en bouw van nieuwe woningen.

Rond 1980 neemt de bezettingsgraad van de Nederlandse vakantieparken af vanwege de toenemende populariteit van buitenlandse vakanties. Om de bezoekers op het park te behouden, wordt de rol van beleving steeds belangrijker. Het park moet zich onderscheiden van de gewone leefomgeving. Zo ontstaan vanaf de jaren ’80 steeds luxere en meer thematische parken en woningen. De bestaande parken hebben hier onder te lijden: zij kampen met afnemende populariteit en veroudering. Hierdoor zij recreanten op sommige van deze parken vervangen door permanente bewoners. Dit gaat vaak om kwetsbare doelgroepen die (bijvoorbeeld door schulden) niet meer terecht kunnen in de regulieren sociale huur. Ook arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa worden vaak op dergelijke parken gehuisvest.

Problemen met Nederlandse recreatieparken

Er bestaat een dus een groeiende tweedeling tussen oud en nieuw aanbod van recreatiewoningen. Vooral nieuwe woningen verkopen goed, bij bestaande woningen stijgt het aantal transacties veel minder hard. De markt voor recreatiewoningen is voornamelijk een nieuwbouwmarkt. Circa 40% van de geïnteresseerden in een recreatiewoning zoekt een nieuwbouwwoning[2]. Hierdoor wordt de tweedeling tussen het nieuwe, moderne aanbod en het verouderde aanbod vergroot. Door de beperkte vraag naar de oude voorraad aan bestaande recreatiewoningen, daalt de prijs en worden deze woningen sneller verhuurd aan permanente bewoners. Het zijn vooral de verouderde parken die in de jaren ’70 en ’80 zijn gebouwd die met deze problematiek kampen. Naast deze traditionele recreatieparken hebben ook verouderde campings met vaste staplaatsen in de vorm van caravans vaak permanente bewoners.

Vooral in Noord-Brabant en Zeeland bieden relatief veel verouderde recreatieparken een gunstig klimaat voor wantoestanden die samenhangen met de permanent bewoning. Een extreem voorbeeld van een dergelijk verouderd en verloederd recreatiepark is Recreatieoord Fort Oranje in Rijsbergen. Vanwege de sterke concurrentie van luxere parken en de verwaarloosde status van het park wordt permanente bewoning toegestaan. Momenteel wonen er circa 2.500 mensen op het park, voornamelijk vanwege schulden, huisvestingsproblemen of arbeidsmigratie. Hierdoor vinden ook personen vatbaar voor problematiek en delinquenten vinden hun weg naar het park, waardoor er vaak problemen en criminaliteit plaatsvinden op het park. Ook in Limburg wordt relatief veel permanent gewoond op recreatieparken, hier vooral door arbeidsmigranten[3].

De problematiek rond permanente bewoning van recreatieparken kan niet worden opgelost als er geen alternatief wordt geboden voor de huidige permanente bewoners. Actief handhaven is daarom geen werkbare oplossing.

Huidige maatregelen

Steeds meer regio’s en gemeenten komen in actie tegen de verloedering van verouderde recreatieparken en de permanente bewoning op deze parken. Zo is de taskforce Brabant-Zeeland, een samenwerking tussen het OM, gemeenten, politie, de Belastingdienst en andere instanties, is speciaal opgericht om de onrechtmatige bewoning en criminaliteit op verwaarloosde parken tegen te gaan. De taskforce wil onder meer de wet uitbreiden zodat burgemeesters gemachtigd worden om in de ergste gevallen parken te kunnen sluiten.

Een andere strategie wordt gehanteerd op de Veluwe. Hier wordt onder de noemer Vitale Vakantieparken[4] samengewerkt door overheden en bedrijfsleven aan de versterking van de recreatiewoningen. Een van de onderdelen van het programma is het transformeren van recreatieparken waarvoor onvoldoende toeristisch perspectief aanwezig is. Dit gaat om 20 tot 30% van de recreatieparken. Ook in Noord-Holland wordt dergelijk beleid gevoerd[5]

Wat betreft de (illegale) huisvesting van arbeidsmigranten op recreatieparken is er ook Rijksbeleid. Zo is in 2012 de ‘Nationale verklaring van partijen betrokken bij de (tijdelijke) huisvesting van EU-arbeidsmigranten’ opgesteld door de Rijksoverheid, gemeenten die met de problematiek te maken hebben, huisvesters, migrantenorganisaties en sociale partners. De zogenaamde bed-voor-bedregeling is onderdeel van deze nationale verklaring. Deze regeling houdt in dat illegale situaties wat betreft het huisvesten van EU-arbeidsmigranten actief worden aangepakt, maar dat ook wordt voorzien in alternatieve huisvestingsmogelijkheden. Met andere woorden: illegale huisvesting wordt aangepakt, maar dit heeft alleen nut als er ook alternatieven geboden worden.

Dit beleid is regionaal onder meer uitgewerkt in Limburg, waar beleid is opgesteld met betrekking tot huisvesting op recreatieterreinen[6]. Het permanent verblijven op recreatieterrein is niet toegestaan. Ook mag de recreatiebestemming op deze parken niet worden veranderd in een woonbestemming. Wel is volgens het POL2014 via een tijdelijke juridische (gedoog)constructie mogelijk om EU-arbeidsmigranten voor een maximale verblijfsduur van 9 maanden op recreatieterreinen te huisvesten. Dit alleen indien kan worden aangetoond dat er geen geschikte huisvesting in of aan de rand van een woonkern beschikbaar is. Ook hier wordt dus een pragmatische en realistische aanpak gebruikt: pak wantoestanden aan, maar zorg ook voor alternatieven.

Het faciliteren en stimuleren van het opknappen van verouderde recreatieparken is geen zinnige investering. De dieperliggende oorzaken voor het afnemen van de populariteit van deze recreatieparken (overschot recreatieparken en de afname van toerisme in bepaalde regio’s) blijft immers bestaan.

Nieuwe oplossingsrichting: sta permanent wonen toe en faciliteer dit

Veel van de huidige oplossingen van (lokale) overheden zijn nu dus gericht op 1) handhaving 2) het stimuleren van de versterking van huidige recreatieparken. Uitzondering hierop is het beleid rondom arbeidsmigranten, met name in Limburg. Hier wordt een realistisch en pragmatisch beleid gevoerd. De bewoners van recreatieparken verdwijnen immers niet als de permanente bewoning op een recreatiepark wordt aangepakt. De reden dat deze mensen op een recreatiepark wonen, is dat zij geen plek vinden in een reguliere (sociale) huurwoning. Als zij uit hun recreatiewoning of stacaravan worden gezet, zijn ze gedwongen elders illegaal te wonen, of belanden ze op straat.

Verder bouwend op het pragmatische beleid in Limburg is een andere kijk op het wonen op recreatieparken nodig. Een van de mogelijkheden waar in Nederland nog te weinig aandacht voor is, is de transformatie naar regulier wonen. Belangrijk hierbij is dat het wonen op recreatieparken niet alleen wordt gedoogd, maar ook actief wordt gefaciliteerd. Nu in grote delen van het land een tekort aan woningbouwlocaties dreigt ligt transformatie van verouderde recreatieparken voor de hand. Daarbij kan vooral worden voorzien in de vraag naar betaalbare woningen. Veel van de huidige permanente bewoners van recreatieparken zijn nu immers huishoudens met lagere inkomens die niet terecht kunnen in de reguliere woningvoorraad.

Concreet voorbeeld hierbij voor toekomstig beleid in Nederland is het plaatsen van 10 Skilpod-woningen voormalige camping in Zemst (België)[7]. Skilpod-woningen zijn goedkoop te bouwen, flexibele woningen met als belangrijkste bouwmateriaal Cross Laminated Timber (CLT), een stevig en duurzaam materiaal opgebouwd uit verlijmde platen van massief vurenhout[8]. Deze woningen worden voor circa € 200 per maand verhuurd door de Belgische sociale verhuurder SVK Webra. Echt betaalbare woningen dus. Er zijn meerdere van dit soort goedkope en flexibele woningen die zich voor zouden lenen. Denk aan initiatieven als C3 Living[9] en NEZZT[10].

Conclusie: start pilot gericht op diverse doelgroepen

Voor het succesvol uitrollen van dit concept in Nederland is een goed pilotproject vereist waarin diverse overheden (provincie, regio, gemeenten), corporaties en het bedrijfsleven nauw samenwerken. Voornaamste taken van de overheden zijn 1) bepalen welke recreatieparken zich voor deze experimenten het beste lenen 2) het initiëren van de pilot door in gesprek gaan met corporaties en leveranciers van woningen (bijvoorbeeld Skilpod) om deze initiatieven van de grond te krijgen. Belangrijk is om alle partijen van vanaf het begin bij hierbij te betrekken. Corporaties hebben het beste zicht op de diverse doelgroepen voor sociale huur en weten waar de vraag ligt.

In dit paper zijn de belangrijkste doelgroepen kort langsgekomen: kwetsbare groepen, arbeidsmigranten, spoedzoekers. Dit zijn echter niet de enige doelgroepen: de vraag naar betaalbare huisvesting is breder. Deels is huisvesting op recreatieparken een laatste optie voor mensen die nergens terecht kunnen. Dit hoeft niet altijd te gelden, vooral recreatieparken die in of vlakbij grotere steden zijn gesitueerd lenen zicht uitstekend voor een veel bredere doelgroep: studenten, statushouders, maar ook reguliere sociale huurders die een goedkope woning in het groen zoeken. Richt een pilot dus op een zo breed mogelijke doelgroep. Geschikte regio’s voor een pilot zijn regio’s die 1) een zeer krappe woningmarkt kennen 2) veel problematiek rond de permanente bewoning van recreatieparken kennen. Delen van Noord-Holland en Noord-Brabant voldoen aan beide kwalificaties. Dus, lokale overheden in deze gebieden: grijp je verantwoordelijkheid en start een pilot.

Tim Polman – adviseur Wonen – schreef dit essay namens Bureau Stedelijke Planning en presenteerde dit op de discussiedagen sociale huisvestiging 2017 van de TU Delft.

Literatuur

E,til ROA (2015), EU-arbeidsmigranten op de Limburgse arbeidsmarkt

NVM (2016), De Nederlandse markt voor recreatiewoningen

NVM (2017), De Nederlandse markt voor recreatiewoningen

ZKA (2016), (Her)ontwikkelperspectieven Verblijfsrecreatie Analyse vitaliteit verblijfsrecreatie en formulering van marktregio’s in Noord-Holland Noord

Websites van diverse overheden en initiatiefnemers (zie voetnoten).

[1] NVM (2017)

[2] NVM (2016)

[3] E’til ROA (2015)

[4] www.vitalevakantieparken.nl

[5] ZKA (2016)

[6] Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (POL2014) en de Omgevingsverordening Limburg (2014)

[7] www.madeinvlaamsbrabant.be

[8] www.skilpod.com

[9] www.c3living.com

[10] www.nezzt.nl

MEER INFORMATIE Drs. Frans Wittenberg fw@stedplan.nl
+31 (0) 620281064

Frans Wittenberg is managing consultant Wonen bij Bureau Stedelijke Planning
Deel deze pagina

gerelateerde informatie

Wonen is meer dan stenen

Versnelling van de woningbouw staat in het middelpunt van de belangstelling. De economie is in korte tijd zeer sterk aangetrokken en de woningmarkt draait op Lees meer