Toekomstvisie afstemming OV en stedelijke ontwikkeling in de Randstad

vakkennis

Bureau Stedelijke Planning heeft in opdracht van het OV-bureau Randstad een onderzoek verricht naar de afstemming tussen hoogwaardig openbaar vervoer en de stedelijke ontwikkeling van de Randstad. De resultaten van dit onderzoek zijn overgenomen in een advies aan Randstedelijke bestuurders en het ministerie van I&M. De basis van het onderzoek is een gedetailleerd model van de policentrische verstedelijking in de Randstad in 2010 en in 2028. Dit is gebruikt om het aantal potentiële gebruikers van het OV in beeld te brengen. Vervolgens is onderzocht in hoeverre het huidige en toekomstige HOV-netwerk in de Randstad hierop is afgestemd. Een van de conclusies is dat in een aantal Randstedelijke centra het aanwezige programma sterk achterblijft bij de goede bereikbaarheid met het OV.

In 2028 is het patroon van de verstedelijking in de Randstad en dat van de Potentiële Mobiliteit OV in grote lijnen vergelijkbaar met de huidige situatie. Onder Potentiële Mobiliteit OV wordt verstaan het aantal werknemers, bezoekers en inwoners die in theorie (op basis van kengetallen) gebruik maken van het OV. Hierbij zijn de historische en nieuwe centra in de Randstad sterk geconcentreerd in de stedelijke agglomeraties van de vier grote steden: Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Daarbinnen bevinden de grootste concentraties van centra zich rond de historische binnensteden. Dit betreffen met name nieuwe centra. Naast de G4 zijn er tevens concentraties van centra met een grote Potentiële Mobiliteit OV en een hoog verzorgingsniveau aanwezig in de stedelijke agglomeraties van Haarlem, Leiden en Dordrecht. In de corridors tussen de G4 bevinden zich vele lokale en enkele regionale centra.

Indien alle harde en zachte plannen voor HOV-verbindingen van de ambitiekaart Randstadnet 2028 gerealiseerd worden, zijn de belangrijkste internationale centra in 2028 ontsloten met HOV in de vorm van trein-, metro- sneltram of lightrailverbinding. Voor het World Forum Den Haag en het Randstedelijke centrum Scheveningen is dit afhankelijk van de kwaliteit van de uiteindelijke HOV-ontsluiting.
In Rotterdam is met de huidige plannen in 2028 het Randstedelijke centrum Rotterdam Airport niet ontsloten met HOV. Dit centrum is gesitueerd in een corridor tussen Den Haag en Rotterdam waarbinnen nog meer centra aangetakt kunnen of dienen te worden op HOV. Tezamen hebben deze centra een vrij grote Potentiële Mobiliteit OV die te vergelijken is met Utrecht centrum/Jaarbeurs.
In Amsterdam zijn in 2028 alle belangrijke centra aangetakt op HOV. Het NDSM-terrein is echter niet ontsloten met een trein-, metro- sneltram of lightrailverbinding. Ook de toekomstige centra in Almere zijn met de huidige plannen niet optimaal aangetakt op HOV.
In de Utrechtse agglomeratie bevindt zich een corridor met een substantiële Potentiële Mobiliteit OV die vooralsnog niet ontsloten is met HOV.

Aangezien de belangrijke centra en de hoogste Potentiële Mobiliteit OV met name geconcentreerd zijn in de stedelijke agglomeraties van de vier grote steden lijkt het zinvol om nader onderzoek te verrichten naar een openbaar vervoersysteem met zeer snelle verbindingen tussen de belangrijkste centrumgebieden van de vier grote steden in combinatie met hoogwaardige regionale vervoersystemen. Dit impliceert een systeem van internationale (HSL) verbindingen met Schiphol en de belangrijkste internationale centra in de vier grote steden. Daarnaast een systeem van intercityverbindingen tussen de centrale stations van de vier grote steden die tevens halteren bij de tussengelegen internationale en Randstedelijke centra. In de stedelijke agglomeraties van de vier grote steden een regionaal vervoersysteem dat optimaal aantakt op het internationale- en intercitysysteem en deze optimaal verbindt met de verschillende centrumgebieden.

Daarbij is het van belang om te onderzoeken aan wat voor randvoorwaarden het toekomstige openbaar vervoer (netwerk) in de Randstad moet voldoen om vanuit ruimtelijk economisch perspectief een goede concurrentiepositie te creëren ten opzichte van andere metropolen. Dit vraagt onder meer om een benchmark naar de openbaar vervoerstelsels in relatie tot de centra in Europese metropoolregio’s.

Uit het onderzoek is gebleken dat er een aantal centra beschikt over een goede bereikbaarheid terwijl sprake is van een lage Potentiële Mobiliteit OV. Het verdient aanbeveling om te onderzoeken wat de lokale ruimtelijk-economische mogelijkheden zijn voor de uitbreiding van het stedelijk programma van deze centra tot een volwaardig verzorgingsniveau. De functiediversiteit van de centra en de ontwikkeling van de corridors vormen een belangrijk onderdeel van deze studie. Het verdient aanbeveling om nader te onderzoeken met welke voorzieningen en op welke locaties de internationale concurrentiepositie en het HOV-netwerk in de Randstad verder is te verbeteren.

afstemming RO OV 2

MEER INFORMATIE dr. Pieter van der Heijde pvdh@stedplan.nl
+31 (0)6 51496248

Dr. Pieter van der Heijde is algemeen directeur en managing consultant Centrum en Gebiedsontwikkeling bij Bureau Stedelijke Planning. Hij is Sociaal Geograaf en heeft 25 jaar ervaring in de stedelijke planning.
Deel deze pagina

gerelateerde informatie