Uitwerking Rijksbijdrage woningbouwimpuls

vakkennis

Het kabinet heeft op Prinsjesdag aangekondigd dat het de komende jaren twee miljard euro investeert om de woningmarkt vlot te trekken. Met name starters en middeninkomens moeten profiteren van deze financiële impuls. Een onderdeel hiervan is een woningbouwimpuls van 1 miljard euro om knelpunten op te lossen, zodat er sneller kan worden gebouwd. Welke projecten komen hiervoor in aanmerking en hoe ziet het aanvraagproces eruit? Wij zetten het op een rij.

Door de krapte op de woningmarkt stijgen de huren, stagneert de doorstroming en zijn er excessen. Het kabinet neemt daarom maatregelen om betaalbare woningen voor starters, lage en middeninkomens beter bereikbaar te houden. Dat doet het kabinet onder andere door € 2 miljard in woningbouw te investeren: € 1 miljard gaat naar een woningbouwimpuls voor het oplossen van knelpunten in de grote steden zodat er sneller gebouwd kan worden. De ander € 1 miljard gaat naar een verlaging van de verhuurdersheffing voor woningcorporaties en andere grote verhuurders.

Woningbouwimpuls

De woningbouwimpuls bestaat uit vier tranches van elk 250 miljoen euro tussen 2020 en 2023, die flexibel over de tijd inzetbaar zijn. Op hoofdlijnen komen projecten in aanmerking voor een Rijksbijdrage als ze voldoen aan de volgende voorwaarden.

Projecten dienen bij te dragen aan:

  • Het versnellen van de woningbouw: zonder bijdrage zou de bouw pas later zijn gestart, of zonder bijdrage zou de bouw niet of niet op deze manier zijn gestart.
  • Een toename van de beschikbaarheid van voldoende betaalbare woningen: Hieronder worden woningen verstaan met een geschikte prijs voor onder meer starters en middeninkomens. Dat kunnen koopwoningen zijn tot de NHG-kostengrens, een middenhuurwoning en sociale huurwoningen. Gemeenten kunnen in een doelgroepenverordening benoemen wat zij lokaal verstaan onder een starter of een middeninkomen.
  • Het langjarig behouden van de betaalbare woningen voor de doelgroep: dit is mogelijk met afspraken over een bestemmingscategorie sociale koop, anti-speculatiebedingen, kettingbedingen of een zelfbewoningsplicht in de nieuwbouw.

Projecten die financieel haalbaar zijn kunnen geen bijdrage ontvangen.

Daarnaast is de bijdrage additioneel: aan betrokken provincies, regio’s, gemeenten en/of andere betrokkenen wordt gevraagd om evenredig financieel bij te dragen aan de desbetreffende gebiedsontwikkeling. Ook is het voornemen om afspraken te maken over het terugbetalen van middelen, indien de Rijksbijdrage op termijn leidt tot een overschot in de businesscase.

In de kamerbrief Woningbouwimpuls van 8 november 2019 heeft de Minister toegelicht hoe het proces aanvraag Rijksbijdrage er uit komt te zien.

Het proces van aanvraag tot uitkering

In fase 1 wordt geïnventariseerd welke woningbouwprojecten momenteel niet of moeizaam tot stand komen en wordt op regionaal niveau geprioriteerd welke projecten het beste aansluiten op de doelstellingen van de woningbouwimpuls. Voor de woondealregio’s en de andere gebieden met een aanzienlijk woningtekort vraag de Minister aan de regio’s en provincies om in samenspraak een selectie te maken van kansrijke woningbouwprojecten die een beroep kunnen doen op een bijdrage uit de woningbouwimpuls.

Met een aanjaagteam ondersteunt het Rijk in fase 2 gemeenten en regio’s die een beroep willen doen op een Rijksbijdrage en een prioritaire gebiedsontwikkeling hebben die regionaal is geselecteerd. Het aanjaagteam is een uitbreiding van het expertteam woningbouw. Het doel is om samen tot een projectvoorstel per woningbouwlocatie te komen, waarin onder meer wordt belicht hoeveel betaalbare woningen worden gerealiseerd en welke andere beleidsmatige doelen met het project worden behaald. Ook wordt ingezoomd om te bezien hoe een onrendabele top is onderbouwd, aan welke knoppen gedraaid kan worden om het tekort te verminderen, welke investeringen worden gedaan voor de gebiedsontwikkeling, welke bijdrage betrokken partijen kunnen leveren om het projectvoorstel sluitend te maken en de benodigde Rijksbijdrage.

Bij het besluit over toekenning van aanvragen in fase 3 laat de minister zich adviseren door een onafhankelijke toetsingscommissie. De commissie bestaat uit onafhankelijke technische experts die de voorstellen toetsen aan de voorwaarden voor een Rijksbijdrage, de financieel technische uitgangspunten van het voorstel en de doelmatigheid van het woningbouwproject. De commissie kan ook besluiten dat het voorstel van onvoldoende kwaliteit is en terugsturen naar de gemeente of regio voor een aanpassing.

Bij een gebiedsontwikkeling met een positief oordeel van de commissie volgt een Rijksbesluit, in fase 4. In geval van een positief oordeel volgt een Rijksbijdrage via een specifieke uitkering in fase 5.

In een Algemene maatregel van bestuur (AMvB) en een regeling wordt verder vastgelegd onder welke voorwaarden gemeenten voor een bijdrage in aanmerking komen. De minister streeft ernaar om de AMvB en regeling in het voorjaar van 2020 vast te stellen.

MEER INFORMATIE Drs. Frans Wittenberg fw@stedplan.nl
+31 (0) 620281064

Frans Wittenberg is managing consultant Wonen bij Bureau Stedelijke Planning
Deel deze pagina

gerelateerde informatie

Tijd voor seniorenhuisvesting 2.0

Er moet meer gebouwd worden voor ouderen. Dat is de belangrijkste conclusie uit het adviesrapport van de commissie Toekomst zorg thuiswonende ouderen. Op dit moment Lees meer