Waarom wijk- en stadsdeelcentra aantrekkelijk zijn voor ouderenwoningen

vakkennis

Een deel van de ouderen heeft voorkeur voor een centrumstedelijk woonmilieu. Wijk- en stadsdeelcentra kunnen hier een belangrijke rol in spelen. Zeker omdat er in de binnensteden onvoldoende ruimte is. Volgens Pieter van der Heijde, algemeen directeur van Bureau Stedelijke Planning, vraagt dit wel om een transformatie van deze centra om ze optimaal te laten aansluiten op de behoeften van ouderen.

Dit artikel verscheen op 3 februari 2021 op Vastgoedmarkt.nl

De behoefte van ouderen aan centrumstedelijke woonmilieus vraagt om de ontwikkeling van aantrekkelijke wijk- en stadsdeelcentra met een adequaat pakket aan voorzieningen en ontmoetingsruimte. Ook een optimaal ingerichte openbare ruimte is van groot belang voor de zelfredzaamheid van ouderen. Per wijkcentrum is er in de komende twintig jaar een potentie van 200 tot 400 woningen en in stadsdeelcentra gemiddeld 1.175.

Ouderen willen zelfstandig wonen

Veel wijk- en stadsdeelcentra liggen in de dichtbevolkte gebieden van Nederland. Dit zijn de Randstad en de grote steden in de overige delen van het land. Maar ook daarbuiten zijn in de kleinere steden diverse wijkcentra gesitueerd. In de komende decennia verdubbelt het aantal 75-plussers tot 2,6 miljoen. De meeste ouderen willen zo lang mogelijk zelfstandig wonen. Ook het Rijksbeleid is hierop gericht. Naar verwachting zal 94 procent van deze groep zelfstandig blijven wonen (CBS, 2019). Voor een deel geldt dit zelfs voor de oudste groep. Zo woonde in 2017 ruim 80 procent van de 85-94 jarigen zelfstandig en de helft van de 95-plussers (PBL, 2019). Dit roept de vraag op of wijk- en stadsdeelcentra een rol kunnen spelen voor de ontwikkeling van ouderenwoningen. Dit kunnen zelfstandige woningen zijn in combinatie met zorgvoorzieningen, of nieuwe woonzorgconcepten.

Een woning buiten de binnenstad

In de verzorgingsgebieden van wijk- en stadsdeelcentra is het aandeel ouderen vergelijkbaar met het Nederlands gemiddelde. Per stadsdeelcentrum is het aantal 75- plussers momenteel zo’n 3.000 tot 15.000 (gemiddeld 8.500) en per wijkcentrum circa 1.500 tot 3.000. De komende twintig jaar zullen deze aantallen verdubbelen. Een deel van deze ouderen heeft de voorkeur om in de huidige woning in een buitencentrum of groenstedelijke woonmilieu oud te worden. Maar 6,9 procent van de ouderen prefereert een centrumstedelijk woonmilieu (Woon, 2018). Een deel van deze behoefte kan ingepast worden in de binnensteden. Mede door de sterke groei van de 75-plussers is hier echter onvoldoende ruimte om in de woningbehoefte van deze doelgroep te voorzien. Daarnaast zal hier voor een deel van de ouderen het prijsniveau te hoog zijn.

Aantrekkelijk alternatief

Wijk- en stadsdeelcentra bieden een aantrekkelijk alternatief voor een woning in de binnenstad. Gezien de centrumfunctie van deze gebieden bestaat hier de mogelijkheid om een centrumstedelijk woonmilieu te creëren. Naast de ontwikkeling van aantrekkelijke woningen vraagt dit een optimaal aanbod aan voorzieningen en een hoogwaardige en functioneel ingerichte openbare ruimte.

De nu vaak monofunctionele winkelcentra moeten hiervoor getransformeerd worden in multifunctionele ontmoetingscentra. Naast winkels moet er ook horeca, werkunits, leisure en maatschappelijke voorzieningen komen. Op deze manier kunnen de wijk- en stadsdeelcentra een aantrekkelijk alternatief bieden voor de binnensteden. Zeker voor degenen die nu al in de omliggende wijk(en) wonen.

Ook voor de vernieuwing van die delen van het suburbane gebied die aan slijtage onderhevig zijn, is deze transformatie van wijkwinkelcentra van groot belang. Per wijkcentrum is er in de komende twintig jaar een potentie van 200 tot 400 woningen voor 75-plussers. In stadsdeelcentra is dit gemiddeld 1.175. Maar hier is wel sprake van overlap met de verzorgingsgebieden van de wijkcentra. Een bijkomend voordeel van wijk- en stadsdeelcentra is dat hier veel mogelijkheden bestaan voor de realisatie van goedkope en middeldure woningen.

Optimaal pakket aan (zorg)voorzieningen

De nabijheid van primaire voorzieningen is cruciaal voor de zelfredzaamheid van ouderen. Dit zijn vooral een huisarts, een apotheek en een supermarkt. Voor 75-plussers dienen deze binnen een straal van 500 meter te zijn gesitueerd (10 tot 20 minuten lopen). Voor minder vitale ouderen is een afstand van 500 meter echter al te ver. Ouderen met een mobiliteitsbeperking moeten binnen 200 meter van de woning de benodigde diensten en zorg kunnen bereiken. Met de nabijheid van deze voorzieningen kunnen ouderen zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen. Maar ook voor ouderen in nieuwe woonzorgconcepten is dit aantrekkelijk.

Aangezien in wijk- en stadsdeelcentra een substantiële hoeveelheid winkelvoorzieningen is geconcentreerd, biedt woningbouw in deze gebieden voor ouderen al voor een deel deze gewenste situatie. Met de toevoeging van zorgvoorzieningen ontstaat voor hen op ‘rollator-afstand’ een compleet pakket aan basisvoorzieningen. Uit onderzoek van Bureau Stedelijke Planning blijkt dat in het gemiddelde verzorgingsgebied van een wijkcentrum 20 tot 40 huisartsen, fysiotherapeuten, tandartsen en apotheken nodig zijn. Bij volledige concentratie van deze zorgvoorzieningen betreft het een metrage van 2.000 tot 4.000 m2 bvo. In vergelijking met de gemiddelde omvang van een wijkcentrum (3.000 tot 6.000 m2) is dit substantieel en biedt dit tevens een antwoord op de lagere behoefte aan winkelmeters.

Om eenzaamheid van ouderen te beperken is in dit kader ook de ontmoetingsfunctie van groot belang. Dit kan gefaciliteerd worden door een wijkcentrum en horeca. Zo is bijvoorbeeld bij de herontwikkeling van wijkwinkelcentrum Koedijkslanden in Meppel, naast de realisatie van 60 appartementen, voorzien in een wijkcentrum en kleinschalig restaurant.

Optimaal ingerichte openbare ruimte

Naast een aantrekkelijk woningaanbod en goede basisvoorzieningen is voor ouderen een optimaal ingerichte openbare ruimte essentieel voor de zelfredzaamheid. Zo is bijvoorbeeld de nabijheid van een halte voor het openbaar vervoer nabij de woning van groot belang. Daarnaast de toegankelijkheid van trottoirs, veilige oversteekplaatsen, bankjes om uit te rusten en een aantrekkelijke groenblauwe omgeving waarin het mogelijk is te wandelen. Ook voor het uitzicht vanuit de woningen is dit van betekenis. Een verhoogde (wandel)activiteit draagt bovendien bij aan de gezondheid en het langer zelfstandig wonen van ouderen. Voor ouderen die gebruik maken van een auto is een goed toegankelijke en ruime parkeergelegenheid nabij de woning onontbeerlijk.

Samenvattend kunnen wijk- en stadsdeelcentra een aantrekkelijk centrumstedelijk woonmilieu voor ouderen bieden. Met name de concentratie van winkelvoorzieningen en de levendigheid van dit soort gebieden is voor hen aantrekkelijk. Wel vraagt dit om transformatie naar een aantrekkelijk nieuw multifunctioneel wijkcentrum met woningen die optimaal aansluiten op de behoeften en uitbreiding met zorgvoorzieningen en ontmoetingsruimte. Samen met een adequaat ingerichte openbare ruimte en goede openbaar vervoerverbindingen bevordert dit de gewenste zelfredzaamheid.

 

Pieter van der Heijde, algemeen directeur van Bureau Stedelijke Planning, is gespecialiseerd in centrum en gebiedsontwikkeling. Op basis van diverse onderzoeken en adviezen van hemzelf en Bureau Stedelijke Planning publiceert hij een reeks artikelen in Vastgoedmarkt over de transformatie van winkelcentra. Daarnaast werkt hij aan een Handboek transformatie winkelcentra dat in de loop van 2021 wordt gepubliceerd.

MEER INFORMATIE dr. Pieter van der Heijde Pieter van der Heijde Bureau Stedelijke Planning pvdh@stedplan.nl
+31 (0)6 51496248

Dr. Pieter van der Heijde is algemeen directeur van Bureau Stedelijke Planning en gespecialiseerd in centrum- en gebiedsontwikkeling. Hij is economisch geograaf en heeft 30 jaar ervaring in de stedelijke ontwikkeling.
Deel deze pagina

gerelateerde informatie