Pieter van der Heijde: Wijkcentra van de toekomst al 75 jaar oud

vakkennis

Leegstand en veroudering van veel wijkcentra bieden een momentum voor herontwikkeling. Maar het wijkcentrum van de toekomst is veel meer dan alleen een boodschappencentrum. Naast de verzorging van de bewoners in de wijk dient hier volgens hem de ontmoetingsfunctie centraal te staan. Deze gedachte is in lijn met de ‘Wijkgedachte’ die in de Tweede Wereldoorlog is ontstaan. Door in deze gebieden een sterke concentratie van (commerciële) voorzieningen tot stand te brengen in combinatie met woningen en werkplekken ontstaat een aantrekkelijk en levendig hart van de wijk.

Dit artikel verscheen op 2 december 2020 op Vastgoedmarkt.nl  

In zwaar weer

Een groot deel van de (vooral grotere) wijkwinkelcentra zit in zwaar weer. Door een sterke toename van internetaankopen neemt de leegstand sterk toe. Bovendien is een deel van de wijkwinkelcentra sterk verouderd. Vooral de combinatie van deze twee problemen kan tot een neerwaartse spiraal leiden. Het goede nieuws is dat vooral deze categorie wijkwinkelcentra volop mogelijkheden biedt voor herontwikkeling in de vorm van een wijkcentrum nieuwe stijl. In deze wijkcentra kunnen de wijkbewoners niet alleen terecht voor de dagelijkse winkelaankopen, maar ook om een kopje koffie te drinken, te werken, een hapje te eten of naar de huisarts te gaan.

De ‘Wijkgedachte’

Veel meer dan nu het geval is hebben de wijkcentra van de toekomst een functie van ontmoetingsplaats en verzorgend hart voor de wijk. Dit sluit aan bij de ‘Wijkgedachte’ die al in de Tweede Wereldoorlog is ontstaan. De wijkgedachte kwam voort uit een studiegroep die zich ten doel stelde om ten behoeve van de naoorlogse opbouw een studie te maken van het sociaal-culturele leven en de structuur van de grote stad om zo tot een beter functionerende samenleving te komen. Dit resulteerde uiteindelijk in het boek ‘De stad der toekomst, de toekomst der stad’ onder eindredactie van A. Bos (1946). Hierin werd geconstateerd dat de grote steden uitgroeiden tot stadsgewesten. De wijkgedachte berustte op het denkbeeld dat er door het onoverzichtelijke karakter van de stad onvoldoende sprake was van gemeenschap. De opgave was om de stadsbewoner een leefgemeenschap te bieden met een beperkte omvang zodat hij zich hierin thuis voelde. Dit kreeg gestalte door een wijkgewijze opbouw van de stad. Hierbij had een wijk circa 20.000 inwoners en kleinschalige bedrijven om de bevolking te verzorgen met goederen, diensten en reparaties. De overheid diende haar ‘opvoedende taken’ te decentraliseren op wijkniveau ‘om de bevolking lichamelijk, medisch en hygiënisch op peil te brengen en te houden’. De wijkvoorzieningen dienden geconcentreerd te worden langs hoofdstraten of in wijkcentra bij halten van openbaar vervoer. Op basis van deze theorie kwamen in de uitbreidingswijken wijkcentra tot ontwikkeling. In de praktijk was de detailhandelsfunctie hier echter prominent en kwam de maatschappelijke functie nauwelijks tot ontwikkeling.

Ontmoeten en voorzieningen

Voor de wijkcentra van de toekomst ligt in het verlengde van de ‘wijkgedachte’ een interessante uitdaging om deze doelstelling alsnog te realiseren. Zeker in deze tijd van eenzaamheid bij een substantieel deel van de bevolking is dit van groot belang. Deze behoefte blijkt onder andere uit het feit dat veel ouderen een bezoek aan de supermarkt gebruiken om anderen te ontmoeten. Om de ontmoetingsfunctie van wijkcentra te versterken is het van belang om hier zoveel mogelijk voorzieningen te concentreren. Naast winkels en persoonlijke dienstverlening dienen hier bij voorkeur ook cafés en restaurants gesitueerd te zijn. Dit kan gecombineerd worden met een aantal maatschappelijke voorzieningen zoals huisartsen, fysiotherapeuten, apotheken, psychische zorg, tandartsen, thuiszorg, onderwijs en kinderopvang. Tot slot zijn voor de ontmoetingsfunctie buurtcentra van groot belang.

Combinatie met ouderenwoningen

De uitgebreide mix aan voorzieningen dient bij voorkeur gecombineerd te worden met een substantiële concentratie van woningen in het wijkcentrum. Dit bevordert de levendigheid en ontmoetingsfunctie in het gebied, maar ook het draagvlak voor de voorzieningen. Wijkcentra zijn een geschikte locatie voor ouderenwoningen. Met name omdat de voorzieningen dan ‘op rollatorafstand’ zijn gesitueerd. Dit bevordert de levensloopbestendigheid van de woningen. Maar ook om te werken zijn deze centra zeer geschikt. Door de concentratie van voorzieningen en de ontmoetingsfunctie bieden deze voor bedrijven en zzp’ers een aantrekkelijk vestigingsmilieu. Bijvoorbeeld in de vorm van flexkantoren en bedrijfsruimten voor de creatieve sector.

Naast een aantrekkelijke mix aan voorzieningen en woningen is ook de uitstraling van de nieuwe wijkcentra van groot belang. Zowel qua architectuur als openbare ruimte. Vooral aantrekkelijke groen- en watervoorzieningen dragen sterk bij aan de kwaliteit van deze gebieden. Tot slot is een optimale ontsluiting van het wijkcentrum met openbaar vervoer van groot belang. Alleen zo kunnen de ouderen mobiel blijven en onderdeel uit blijven maken van de maatschappij.

Met deze opzet kunnen de nieuwe wijkcentra weer 75 jaar mee!

Pieter van der Heijde, algemeen directeur van Bureau Stedelijke Planning, is gespecialiseerd in de transformatie van winkelcentra. Op basis van diverse onderzoeken en adviezen van hemzelf en Bureau Stedelijke Planning publiceert hij een reeks artikelen in Vastgoedmarkt over de transformatie van deze gebieden. Daarnaast werkt hij aan een Handboek transformatie winkelcentra dat in 2021 gepubliceerd zal worden.

 

MEER INFORMATIE dr. Pieter van der Heijde Pieter van der Heijde Bureau Stedelijke Planning pvdh@stedplan.nl
+31 (0)6 51496248

Dr. Pieter van der Heijde is algemeen directeur van Bureau Stedelijke Planning en gespecialiseerd in centrum- en gebiedsontwikkeling. Hij is economisch geograaf en heeft 30 jaar ervaring in de stedelijke ontwikkeling.
Deel deze pagina

gerelateerde informatie