Wonen en Zorg: Vergrijzing en de samenhang der dingen

vakkennis

In 2040 is bijna de helft van de Nederlandse huishoudens 65 jaar of ouder[1]. De vergrijzing doet zich in heel Nederland voor, maar nog sterker in de randgemeenten van grote steden en de periferie van ons land. Vergrijzing kan tot een aantal knellende vraagstukken leiden in de vorm van sterk oplopende zorgkosten, tekorten aan zorgmedewerkers en onvoldoende passende huisvesting. Deze vraagstukken worden nu vooral als afzonderlijke problemen beschouwd. Bureau Stedelijke Planning zoekt vooral naar de samenhang en samenloop in ontwikkelingen.

De voortgaande vergrijzing en de consequenties ervan zijn een belangrijk onderwerp geworden van onderzoeken, publicaties en programma’s. Toch is er nog veel onduidelijk. ‘De oudere’ is soms de 55+, soms de 65-, 75- of 85+-er. Vooralsnog lijkt 55+ een te lage grens. Die leeftijdsgroep is nog volop actief op de arbeidsmarkt en heeft vaak nog thuiswonende kinderen. De leeftijdsindicatie 65+ past beter. Het is goed om vast te stellen dat we het dan over de babyboomgeneratie hebben. Die wordt – meer dan de voorgaande generaties – gekenmerkt door een hogere opleiding, opbouw van vermogen door het toegenomen eigen woningbezit, individualisme en assertiviteit. Voldoende kennis van deze gevarieerde en gedifferentieerde doelgroep is van belang, want dé oudere bestaat niet.

Toenemende zorgvraag

Wat we wel zeker weten, is dat vergrijzing gepaard gaat met een toenemende zorgvraag. Van de 65+-ers heeft 6% structureel verzorging nodig; van de 85+-ers is dat 60%. De zorgkosten voor 65+-ers maakten in 2020 4,9% uit van het BBP en in 2040 is dat naar verwachting 6,5%[2]. We weten ook dat  de voldoende beschikbaarheid van zorgmedewerkers – nu al een probleem – steeds lastiger wordt. We hebben immers te maken met een krimpende beroepsbevolking en de tekorten nemen vooral toe in de sectoren verpleging en verzorging en thuiszorg[3]. Ook de beschikbare mantelzorg staat onder druk omdat de verhouding potentiële mantelzorgers (50-74 jarigen) verslechtert ten opzichte van de 85+-ers. En dan is er ook nog het vraagstuk van voldoende geschikte huisvesting. Veel ouderen wonen in (te) grote woningen, maar ze verhuizen niet omdat er geen alternatief is dat in de nabijheid in hun woonwens voorziet.

Door de samenhang te zien, ontstaat een veel beter zicht op oplossingen. Een voorbeeld: veel ouderen voelen zich eenzaam. Eenzaamheid leidt tot een groter beroep op zorgverleners en doet de zorgkosten toenemen[4]. Huisvestingconcepten die de ontmoeting stimuleren en eenzaamheid reduceren, zijn dan ook zeer de moeite waard. De database van wonen en zorgconcepten die Bureau Stedelijke Planning in de afgelopen jaren opbouwde, bevat daar mooie en geslaagde voorbeelden van.

Kansen voor winkelvastgoed

Ook de samenloop van tekorten in woonvastgoed en overschotten (leegstand) in winkelvastgoed biedt interessante kansen. Bureau Stedelijke Planning heeft het concept Hart van Suburbia onderzocht en als businesscase uitgewerkt: wijkwinkelcentra en stadsdeelcentra die met leegstand kampen vanwege de vergrijzende omgeving, kunnen worden herontwikkeld tot aantrekkelijke woon- en voorzieningengebieden voor ouderen. Daarbij wordt passende huisvesting voor ouderen toegevoegd en worden winkelruimten gebruikt voor maatschappelijke- en zorgvoorzieningen. Zo  ontstaan aantrekkelijke alternatieven voor ouderen in de omliggende wijken die uit hun grote woning willen, maar in de buurt willen blijven en hun sociale netwerken en een goed voorzieningenniveau willen behouden.

Oplossingen in betere kennis van de doelgroep en samenwerking

De geschetste knelpunten rondom zorgkosten, arbeidsaanbod en huisvesting zijn in de eerste plaats een probleem voor de ouder wordende mens. Het raakt echter aan de financiën en het primaire proces van veel meer partijen, zoals de rijksoverheid, gemeenten, zorginstellingen, vastgoedbeleggers, woningcorporaties en verzekeringsmaatschappijen. Al deze partijen zien de demografische ontwikkeling en toenemende vraag naar passende woonruimte en goede zorg. Toch komt er relatief weinig aanbod tot stand. Bureau Stedelijke Planning inventariseerde de barrières en knelpunten. De groep ouderen wordt vaak te eenzijdig beschouwd (wil niet verhuizen, heeft een laag inkomen) waardoor men geen businesscase ziet. Gemeentelijke normstellingen (bijvoorbeeld met betrekking tot parkeren) kunnen belemmerend werken. Aantrekkelijke nieuwe concepten (zoals een Knarrenhof) sluiten onvoldoende aan bij de manier waarop men gewend is woningen te ontwikkelen. Ook in de betere kennis van de doelgroep en in de samenwerking tussen partijen worden oplossingen zichtbaar.

Vanuit de expertise op het gebied van wonen en zorg en de zoektocht naar samenhang adviseerde Bureau Stedelijke Planning al veel gemeenten, vastgoedbeleggers, ontwikkelaars en woningcorporaties. Hebt u ook te maken met vraagstukken rondom wonen en zorg? Neem dan contact op met Jan Nico Wigboldus (jannico.wigboldus@sweco.nl / +31 (0)6 20956159).

 

[1] het gaat in 2040 om ca 4,8 mln van de ruim 9 mln huishoudens. Obv Primos.

[2] op basis van Dialoognota Ouderenzorg 2020-2040.

[3] Dialoognota ouderzorg 2020-2040

[4] door de Universiteit Maastricht geraamd op 2 miljard euro per jaar.

MEER INFORMATIE Jan Nico Wigboldus jannico.wigboldus@sweco.nl
+31 (0)6 20956159

Jan Nico Wigboldus is managing consultant Wonen bij Bureau Stedelijke Planning.
Deel deze pagina

gerelateerde informatie